Gilbert le militair X- Kapitein Bluesbaard

Hem observeren staat tegelijk garant voor mijn gelukkigste en mijn pijnlijkste momenten van de dag. Michiel speelt in de speeltuin en staat rechtop op een schommelstoel. In zijn verbeelding hangt hij in de mast van een piratenboot die door een wilde zee hobbelt. Die vijfjarige brok energie en zorgenloosheid is de reden waarom ik op mijn 32ste parttime werk. De reden ook waarom ik mijn jachtinstinct een spreekwoordelijk spuitje heb gegeven. Zijn moeder is natuurlijk blij met de wijziging, al zal ze dat niet luidop durven zeggen. Ze beroemt zich graag op haar progressiviteit.  Maar sinds de geboorte van onze zoon heeft ze toch maar lekker een inschikkelijke, sedentaire echtgenoot.

Nu, inschikkelijk was ik altijd al. Zolang ik mijn seksuele vrijheid maar niet hoefde te offeren op het altaar van het huwelijk, deed ik met plezier elke dag de afwas. Andere vrouwen bepotelen laat ik niet voor haar, hoor. Ik blijf er bij dat ik een volwaardigere levenspartner ben als ik wél af en toe andere jachtterreinen verken. Nee, ik laat het voor hem. De maatschappelijke conventies hebben dan toch gewonnen. Ik ben bang voor de psychologische gevolgen als Michiel ziet dat zijn ouders een open relatie hebben. Dat is vast een concept dat zijn juf uit de eerste kleuterklas hem nog niet geleerd heeft. Misschien dat ze het concept zou verwerken als ze een griezelverhaaltje schreef, maar haar creativiteit beperkt zich gelukkig tot het fabriceren van adventskransen met groen geverfd karton en ingezamelde restjes kaarsvet.

Dat hij op een dag merkt dat hij geen doorsnee ruziënde, verstarde ouders heeft, maar experimentele, losbandige ouders, is één angst, maar mijn grootste is dat hij in alle valkuilen trapt waar zijn vader ooit in getuimeld is. Of tegen elke muur loopt, waar mijn neus nog altijd de schrammen van draagt. Ik wuif zo’n angst dan wel weg met dooddoeners als ‘van je fouten leer je’ en ‘ik zou nu niet staan waar ik sta, als ik nooit tegenslagen had gehad.’ Maar toch, als ik hem kon behoeden voor zelfs maar de minste mislukking, zou ik het zeker doen.

Angst voor zijn mogelijke toekomstige pijn maakt de helft van mijn huidige pijn uit. Dom, nutteloos, vergeefs, ik weet het. De andere pijn kan ik eigenlijk typisch mannelijke pijn noemen. De pijn vlotjes gedistileerd uit sadistisch luid besef. Besef dat ik 99, 999  en nog meer procent van alle knappe vrouwen die ik tegen kom, nooit zal neuken. Besef dat als ik mij vroeger gerichter had ingespannen, ik nu wellicht verder stond in het leven. Maar goed, wat is dat dan verder? Verder in welke richting? Dichter bij een burn-out, mijn graf, dichter bij een indigestie van het leven, een oververzadiging van in leven zijn zonder echte pauzeknop? Of toch eerder dichter bij een ministerpost of een carrière in de atletiek of eender welke positie met cachet?

Alleszins, het gaat niet meer om mij. Het gaat nu om hem. Ik wil die typische opvoedingsfouten vermijden. Michiel wil ik in de eerste plaats behoeden voor pedofielen, gefrustreerde juffen, pestkoppen, blonde klasgenotes die zijn lunchgeld willen afsnoepen en acné, maar in de tweede plaats wil ik hem behouden voor zijn vader. En dan vooral van mijn ambitieuze projecties. Ik moet altijd beseffen dat Michiel Michiel moet worden en niet een droomversie van mezelf.

Op dit moment ziet hij waarschijnlijk een soort God in mij. Een beeld dat ik zelf onmogelijk in de spiegel kan bespeuren. Maar als hij mij weer eens compleet overschat, laat ik hem begaan. Die godfase is vast een belangrijke fase in zijn ontwikkeling. Ik wil hem zijn God zelf van zijn sokkel laten stoten. Als de tijd daar is. Eerlijk gezegd, zou ik moeten genieten van die onvoorwaardelijke aanbidding, zolang die nog duurt,  maar dat lukt mij niet. Het ergste van al is, dat ik zeker weet dat Michiel ergens deep down inside voelt dat zijn vader niet helemaal gelukkig is met zichzelf. En dat hij daar nu al wil voor compenseren door perfect te zijn. Zo van ‘Papa, je bent wél geweldig, want zie, je zoon is geweldig. Ergo: jij ook.’ Ik zou hem zo graag geloven.

Waarom dat besef zich hier in de speeltuin zo accuut aan me opdringt, ligt aan de dame op het zitbankje links. Nauwe zwarte laarzen die tot net boven de knie lopen. Broekkousen met een korte rok erover. Ik ben meestal niet voor mode, maar wie die combinatie mainstream heeft gemaakt; weet wat sexy is. Ze heeft haar mobieltje stevig tegen haar oor gedrukt en belt er lustig op los. Ze draagt een grijze muts met zwarte stippen en witte handschoenen. Er is maar één ding dat mij stoort aan haar: als ik probeer oogcontact te maken kijkt ze dwars door me heen. Ze ligt niet in zwijm van mijn verschijning, het tintelt niet tussen haar benen, ze merkt me zelfs niet op.

De pijn van man-zijn: willen dat elke aantrekkelijke vrouw gewillig haar benen voor je spreidt en in de praktijk merken dat die benen vooral lijken op hermetisch gesloten gevangenispoorten. Sommige mannen marineren die verlangens in alcohol. Een minderheid haalt zijn hart op in de hoerenbuurt. Nog andere slaan het enige wijf af dat wél de lakens met hen wil delen. Er zijn er die zich op hun werk storten. Een fancy sjees kopen, pronken met status, zich kapot sporten, een gokverslaving kweken, online shootergames spelen en junkfood vreten. Allemaal strategiën om genetische vermenigvuldigingsdrang te sublimeren.

En dan heb je mij. Op zoek naar achterpoortjes in de regels. Ik speel even met de gedachte om een gesprek met haar aan te knopen. Kan me voordoen als een schrijver van reclamejingles. Heb gewoon een beste vriend, die denkt dat mijn job weinig om het lijf heeft en dus geregeld zijn kleine bij mij dropt. Ik kijk nog eens naar Michiel. Over een jaar of vijftien zou hij die overwegingen zeker begrijpen. Om te compenseren geef ik hem vanavond dubbel zoveel aandacht. Als het werkt, zelfs vier keer zoveel aandacht. Ok, ik schrijf dus zogezegd jngles. Ik moet vooral benadrukken dat ik de kleine van mijn maat een fantastische knul vind. Hop, recht. Ik doe het.

Helaas. Twee stappen in haar richting. Daar duikt een soort rugbyspeler op. Ze huppelt dolletjes in zijn armen. Hij tilt haar op en ziet er uit alsof hij aan de lopende band fotomodels aan de zwaartekracht ontrekt. Ik draai scherp en doe alsof ik richting Michiel ging. Zijn schommel breng ik abrupt tot stilstand. Begroet hem als Blauwbaard, de schrik van de zeven wereldzeeën. Presenteer mezelf plechtig als een gezant van de Franse koning. Vraag of hij een kapersbrief wil kopen om legitiem jacht te maken op Engelse koopvaardijschepen. Leg hem de voordelen van zo’n kapersbrief uit. ‘Waw, papa, jij zou echt gouden zaken gedaan hebben in die tijd!’ Ik kijk eens diep in zijn ogen. Niet het minste teken van onoprechtheid. Ik zou hem kunnen zeggen dat er ergens in Somalië nog altijd piraten zijn en dat ik niet het minste aandeel heb in hun gouden zaken, maar ik zwijg.Hoeveel keer krijg je als mens een 100 procent puur compliment? Ik hijs hem als een pluim tot in mijn nek en stap met grote passen terug naar huis. Twee uur lang bouwen we aan een gigantische piratenschip uit legoblokken.

Als hij in bed ligt, luister ik naar een playlist vol bluesnummers. Ik denk aan het winterse sneeuwpopje met de hoge jukbeenderen en lange laarzen. Als mijn vrouw thuis komt, sta ik op en neem haar stevig vast. Wat die rugbybeer deed, kan ik ook. Ze kijkt me aan, aait door mijn haar en zegt: ‘Zelfs als je lacht, kijk je triest.’ Ach, fuck it, denk ik en ik kus haar, zodat ik zo’n opmerkingen niet meer hoef te horen. Als ik haar even later penetreer, beschrijf ik in detail wat ik allemaal had willen doen met de dame op het bankje. Achteraf ligt ze in mijn armen. Ik ben even uitgekust, dus dan begint ze weer: ‘Je moet echt eens wat meer zelfvertrouwen etaleren. Je moet een voorbeeld zijn voor Michiel.’ Ik knik. ‘Je moet je zelfwaardering echt eens op iets anders baseren dan op succes bij vrouwen.’ Ik zucht. ‘Akkoord, maar op wat dan wel?’ Ze haalt haalt schouders op. ‘Op vastgoed’, zegt ze. ‘Op vastgoed’, herhaal ik.

De volgende dag ga ik langs bij de bank. Informeer naar de mogelijkheden om een extra lening te krijgen voor een studio in een studentenstad. Lijkt mij een mooi begin. Michiel moet later toch een kot hebben. Ik dwing mezelf om de consulente als een geslachtsloos wezen te zien. Probleem is dat je de seksuele lading van vrouwen negeert, ze je daar extra op attent willen maken. Ze wiegt extra hard met haar kont als ze mij even later voorgaat naar haar bureau. Ik volhard in de boosheid en hou het zakelijk. Vanavond wil ik Michiel in de ogen kijken met een blik die hem zegt dat zijn vader niet langer een speelbal is van het leven, maar de standvastige loodsman is die hij er onvoorwaardelijk in ziet. Als je maar één gelovige hebt, steek je graag een tandje bij.  De eerste keer dat Michiel zijn knieën schaaft en durft wenen in mijn bijzijn, weet ik dat ik een betere weg ben ingeslagen. De vrouwen vervallen tot vage stippen in mijn blikveld en in de stille uren van de nacht is er tenslotte altijd nog de koptelefoon en mijn bluesverzameling.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s