Breek de cirkel

1980. Mijn grootvader jaagt twee kogels door zijn hart. Hij heeft het familiefortuin verkwist. Vrouw en kinderen staan op straat.

1983 Ik kom ter wereld. Mijn vader in een brief aan een vriend: ‘Het alles in de schaduw stellende nieuws is toch wel de komst van de kleine, zondagnamiddag 16 uur. Het joch weegt om en bij de 4 kg, lijkt in tegenstelling tot eerder gedane veronderstellingen of afgesloten pronostieken niet op de melkman en vroeg direct naar mit met frosselen. Het spreken kan nog beter, maar hij heeft alleszins een gezonde eetlust. Ik heb de koevoet die we voor alle zekerheid naar de kraamafdeling hadden meegenomen, niet uit de autokoffer hoeven op te diepen. De weeën waren bijzonder hevig en hoewel ik vlak naast zijn moeder stond, voelde ik er niks van.’

2006 Mijn vader slaagt er in om zichzelf te verstikken in een plastic zak. De dag nadat ik goed betaald werk vind als ambtenaar bij buitenlandse zaken. De opwaartse sociale mobiliteit is een feit. Hij heeft de laatste 23 jaar in een fabriek gezwoegd om dat mogelijk te maken.

2020 Ik heb zelf een ‘kleine’. Ik wil voor mijn zoon een nog beter diploma en een vader die een natuurlijk dood sterft. Het eerste is geen probleem. De kleine heeft het verstand van zijn moeder. Het tweede deel is de uitdaging. Als ik een straat oversteek, hoop ik stiekem dat een razende tram mij naar de eeuwige jachtvelden transporteert. Enkele rit.

2038 De kleine heeft hartzeer. Zijn eerste meisje heeft het midden in de blokperiode uitgemaakt. Hij zit hele dagen op zolder en speelt ‘the end’ van The Doors grijs. Ik ben doodsbang dat hij mij voorgaat. Ik stop zijn broeksriemen weg. Gooi alle scheermesjes weg. Bewaak angstvallig de keukenmessen. Buiten, onder het raam van de zolderkamer, leg ik een oude matras. Ons medicijnkastje verzegel ik met een hangslot. Mijn vrouw denkt dat ik mezelf wil beschermen en bekent na drie weken dat ze anti-depressiva door mijn eten mengt. Ze heeft geen enkel effect opgemerkt, behalve dat ik plots mijn baard laat staan. Ik vraag waar ze die pillen bewaart en mix ze voor de zekerheid in de smoothies van mijn zoon. Net zolang tot hij weer een nieuw meisje heeft.

2041 Als ik een hoge brug zie, voel ik mij als een uitgehongerde Ethiopiër die de dessertkaart van een restaurant inkijkt. Nog even volhouden. Mijn kleine heeft bijna zelf een kleine.

2055 Mijn jaarlijkse consultatie. De dokter stelt prostaatkanker vast. Ik weiger keihard alle behandeling. Thuis vraagt mijn vrouw waarom ik de hele tijd zo dom zit te lachen.

2057 Geen behandeling blijkt de beste behandeling voor prostaatkanker. Alles blijft stabiel en eigenlijk ben ik kerngezond.

2061 Vanochtend stond ik op met stekende pijn in mijn linkerarm. Nog één vraag wil ik stellen. ‘Zoon, geniet jij van je leven?’ Wat een gekke vraag, natuurlijk geniet hij van zijn leven! Hij vraagt of alles wel ok is. Vandaag is echt alles ok. Na het telefoongesprek, ga ik in het tuinhuis zitten. Ik doe de deur achter me dicht en ik val al. De geur van de houten vloer herinnert me aan de chalet die we vroeger hadden aan zee. Toen ik zes was en mijn vader groter dan God leek. Hoe we samen zandkastelen bouwden en hij gelukkiger leek dan ikzelf. Misschien was ik toch niet helemaal dat blok aan zijn been dat hem tegen zijn zin in leven hield. Intens gelukkig, kus ik, alsof het het zijn wang is, de stoffige vloer. De cirkel breekt gelijktijdig met mijn hart.
Hij zit in elk van ons. Steven Pressfield beschrijft hem heel precies. Pressfield noemt hem ‘resistance’, ‘verzet’. Hij zit ook in u. De mijne heet AntiWilko. Zie foto. Hij ziet er bedriegelijk onnozel uit. En hij staat mij dagelijks naar het leven. Geen zever. Dit is de enige vijand die ik heb. Dan wel direct een gruwelijke. Hij kent geen regels, hij zou niks laten om zijn goesting te krijgen. En zijn goesting is mijn hel.
Zijn goesting is ervoor zorgen dat ik mijn goesting niet krijg, niks onderneem om mijn goesting te krijgen. U kent hem, hij zit ook in u. Een variant ervan. Het is die stem die u ’s ochtends van uw plan af helpt om te gaan joggen. Die stem die u overtuigt om toch nog die zak chips open te trekken en uw dieet uit te stellen tot morgen. Die stem die u zegt: stop pas met roken als uw laatste pakje leeg is. De demon is full of bullshit en vindt vanalles uit om u af te leiden en u te saboteren. Het is de stem die u verleidt om als jongeman acht uur per dag een dwaze shooter te zitten spelen. Die stem is zo geslepen dat de demon u zal overtuigen dat er allerlei heilzame dingen verbonden zijn aan acht uur lang een schietspel op een pc te spelen met ‘vrienden’ uit Zuid-Korea.
Het is die stem die bij Facebook hoort en u daar gegijzeld houdt, waar u status updates overloopt, die u niets bijbrengen, waar u in de bekende blauwe Facebook-cirkels blijft lopen. Waar u het zoveelste miljoenste in elkaar geflanste fotoshopprentje bekijkt dat u vertelt dat u uw leven zelf in handen heeft en dat u gewoon uw ding moet doen in het leven. De demon kickt op dat soort prentjes. De demon kickt op boodschappen die u vertellen dat u uw zin moet doen en echt iets moet en kunt maken van uw leven. Het verzacht uw angst. Het prentje delen op uw muur, verzacht de pijn, geeft u een vals gevoel van daadkracht. Ondertussen zit u nog altijd op Facebook en doet u niks. De demon lacht.
Het is aan de demon dat u overtollig buikvet te danken heeft, een magere bankrekening, een relatie die in ’t slop zit, een diploma dat u niet gehaald heeft, een job die u niet graag doet en blijft doen uit een vals gevoel van verantwoordelijkheidszin of ‘realiteit’. De demon masturbeert op een papiertje waar hij het woord ‘realistisch’ geschreven heeft. Dat vals woord dat u ontslaat van actie en initiatief. Uw gebroken dromen eet hij voor lunch.
De mijne heet dus AntiWilko. Hij staat voor alles wat ik niet wil in ’t leven. Hij lacht mij uit met zijn bolle ogen. Er van weg lopen, maakt hem sterker, dus neem ik hem overal mee. Het is AntiWilko die tussen mijn voeten zit, als ik buikspieroefeningen doen. Het is AntiWilko die op de grond ligt en die ik bij elke push-up met mijn neus raak. Oorlog geeft zin aan ons leven. Het stelt de dingen scherp. Een tweedeling tussen wat aangevallen moet worden en wat verdedigd moet worden. Het is een oorlog op leven en dood. Er sterven dagelijks mensen aan hun eigen AntiWilko. Soms leven ze fysiek nog wel een jaar of twintig, maar mentaal heeft hun AntiWilko hen uitgerot.
Als elke dag een veldslag is tegen AntiWilko, dan wint AntiWilko negen van de tien veldslagen. Waarschijnlijk meer, want AntiWilko heeft doodgraag dat ik hem onderschat. Mijn magere overwinningen op AntiWilko dit weekend zijn één uitgelezen boek, een paar pagina’s extra aan mijn briefroman ‘brieven aan mijn vader’ en een hele sliert Duitse en Franse documentaires die speelden op de achtergrond terwijl ik niets deed en een strategisch bordspel speelde tegen de enige persoon die al eens wint van mij bij bordspellen. Ik ben zo goed in bordspellen, omdat AntiWilko zo vaak gewonnen heeft van mij. In het enige bordspel dat er toe doet: dat in mijn hoofd. Doel van het spel: voor mij: voldoening halen, voor AntiWilko: dat ten allen prijze vermijden. Regels: geen. AntiWilko wint op vele manieren: als je bijvoorbeeld iemand ziet die verder staat dan jou en je denkt: dju, dat had ik kunnen zijn. Jij wint als je tranen in je ogen krijgt, omdat je een overwinning gehaald hebt op de gemeenste kracht die je ooit tegen kunt komen: jezelf. Als je het moeilijkste van het moeilijkste doet: dat waar je het meeste angst voor hebt: stappen in de richting van je droom. Hoe belangrijker de droom voor je is, hoe harder de demon vecht, hoe meer geheime wapens hij uit zijn arsenaal trekt.
U kent hem ook. Daarom werkt u vandaag compleet tegen uw zin als ambtenaar bij pensioenen, terwijl u veel liever kinderverzorgster zou zijn. Daarom geeft u vandaag Nederlands aan anderstaligen, terwijl u veel liever therapie met piano-improvisatie zou geven, daarom staat u vandaag aan de lopende band bij Tupperware, terwijl u veel liever in de modewereld zou werken, daarom schept u vandaag 2000 kilo cacao bij Callebaut, terwijl u veel liever in een punkband zou spelen of een winkel zou openhouden met punkplaten, daarom werkt u vandaag als isolator terwijl u veel liever een restaurant met Armeense specialiteiten zou openhouden. De meeste mensen die ik ken, hebben een razgrom geleden tegen hun AntiWilko. Razgrom, een Russisch woord waarvoor we niet echt een mooi equivalent hebben. Het betekent zoiets als een complete nederlaag.
Die maat van mij, die mij soms een razgrom bezorgt op het veld van karton, die verslaat zijn AntiWilko zowat elke weekdag. Hij pendelt vanuit Menen naar Leuven om een master biochemie te halen. Op andere vlakken verliest hij wel van zijn demon. Hij geeft zijn wens om een lief te hebben elke dag een half potje slaappillen. De demon vecht op alle fronten. En wie beweert de demon staande te houden op alle fronten, bluft. Maar bluffen mag, want in de oorlog tegen de demon, zijn geen regels. Behalve: er wordt gevochten tot de dood, je kan niet winnen zonder strategie, er geen mogelijkheid tot een wapenstilstand, er is nooit een gevechtspauze, de demon past zich altijd aan en vindt altijd iets anders uit, de demon zoekt bondgenoten in je omgeving en schakelt ook je vrienden en familie in, de demon valt niet te overtuigen, luistert niet naar argumenten, de demon is als een pestkop op school, het enige waar hij van ineen krimpt, is een brute tegenaanval. Discipline en vastbeslotenheid zijn het watervat, waarin de demon om zijn moeder krijst. Ik ga de mijne pesten met 50 kussen. 50 kussen voor 50 push-ups.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s