Er zijn geen hoeren meer in Rotterdam

Benjamin en Jules DeelderMet heer Benjamin Bossaert, vice-directeur van de opleiding Nederlands aan Centraal-Europese universiteiten, zat ik vorige week in Rotterdam. Onze gastheer was Tim van Zwieteren, een expert in recycling en sustainability en verder gewoon een razend sympathieke gozer. Lekker rechtuit en verbaal voor de vuist, zoals dat een goede Nederlandse burger betaamt.

Hij is ook mijn ‘accountability partner’ via London Real Academy. Wat dat inhoudt? Als ik zeg dat ik iets ga doen, en het dan niet doe, dan schrijft hij mij haatmail. Systematisch schiet hij mijn zelfbedrog aan diggelen. En daar apprecieer ik hem nog voor ook. Zo ben ik hem 2,5 euro schuldig per dag dat ik niet blog. Wat op een jaar tijd aardig kan aantikken. Deze blogpost kwam voornamelijk tot stand dankzij de onbaatzuchtige inzet van Tim. Onbaatzuchtig, want hij verdient 0,0 als ik wél blog. Sorry, Tim. Nou ja, als ik niet blog geeft hij het geld aan een goed doel. Iets met dieren, want hij is een veganist. Mijn ervaring met veganisten is dat ze zeer consequent zijn. Maar deze observatie is gebaseerd op kennismaking met slechts drie veganisten. Waarvan er twee tot een communistische sekte behoren.

Benjamin Bossaert stelde zich in Rotterdam twee doelen (die publiekelijk geweten mogen zijn): Hij wilde Jules Deelder ontmoeten én een kroket uit de muur eten. En jawel, als Benjamin een doel stelt, dan krijgt hij zijn zin. Op de foto achter Benjamin kan u de motor van de Hollandse speedindustrie zien. Hij wilde niet met Benjamin op de foto, maar dat is buiten de vastbeslotenheid van Benji gerekend.

Tim was onze gids tijdens ons bezoek aan het winderige Rotterdam. Hij wist ons onder andere te vertellen dat er steeds minder prostitutie te bespeuren valt in de stad. En inderdaad, we dweilden zo ongeveer 20 kilometer lang de brede, en kraaknette, straten door, maar kwamen geen enkele prostituee tegen. De enige hoer die er was, was ondergetekende literaire hoer, maar dat telt niet. We waren overigens niet werkelijk op zoek naar prostitutie, maar dat gelooft u nu natuurlijk niet meer. Nee, voor prostitutie moet je blijkbaar toch in Amsterdam wezen. Of Brussel. Of Antwerpen. Of -met een beperkte selectie- Gent, bij het glazen straatje waar ik in mijn eerste jaar op kot zat en dat jaar 500 euro spaarde op mijn zakgeld en dus ook maagd bleef.

Van Rotterdam kan ik zeggen dat de Duitsers daar SCHITTERENDE verbouwingswerken hebben verricht, weliswaar met de grove borstel, maar toch. Ik zou er mij direct kunnen vestigen, omdat je er veel ruimte hebt en verre horizonten ziet. In Vlaanderen krijg ik het steeds benauwd, hetgeen tot een claustrofobisch soort schrijven leidt waar alleen suïcidale personen de moed vinden om de finale stap te zetten. Nee, in Rotterdam zou ik vermoedelijk beter schrijven. Ook in Bratislava schreef ik beter, vaker, sneller. Kijk eens aan, nou steek ik mijn scriptomanische ergernissen al op een heel land.

De dagen in Rotterdam waren overigens doorspekt van toevalligheden. U moet weten dat ik vorige keer, toen ik met Zuzana ook alweer in Rotterdam was -wij schijnen daar een datsja te willen hebben- mijn I-pad (ooit nog gekregen van een communistische sekte) ben vergeten op de Flixbus. En jawel, ik heb die netjes teruggekregen, uren later, toen de bus opnieuw stopte in Rotterdam. Deze keer- hoe bestaat het?- vergat ik niet mijn I-pad, maar mijn gsm. Ook deze gsm kreeg ik netjes terug toen de bus weer richting Brussel reed. Deze Flixbus hebben dus een uitstekende bewaardienst voor vroegtijdig dementerenden of zeer droomactieve schrijverkens.

Ik vergat mijn gsm en dus konden we niet meer afspreken met Tim. Dus we trokken naar de moderne markthal in ’t centrum, om via gratis Wifi Tim alsnog te contacteren. Bleek dat Tim zelf ook al in de markthal was. Eerder die week had Tim mij verteld over een zeer vage kennis die op trouwen stond. Hij had haar bijna gekust (sorry Tim voor deze indiscretie). Op de weg terug naar de Flixbus om mijn gsm op te pikken, gaan we voorbij een kerk. En jawel, daar in het portaal staat de kersverse echtgenote die enkele dagen voordien nog bijna geflikflooid had met onze Tim. Nadat ik mijn gsm terug heb, botsen we -in een stad die toch een half miljoen inwoners kent- op een uitgever die we vaag kennen. De uitgever van Larie & apekool. Deze uitgever botst daarna zelf op kennissen die hij normaal ook nooit tegenkomt. Nog even later blijkt in ons hotel een lid te zitten van de eerder genoemde communistische sekte. Even later klaag ik dat een kerel nooit meer antwoordt op mails en net als ik het zeg, krijg ik een mail van hem. Daarna willen we naar een museum, maar het valt nogal prijzig uit. Blijkt dat ons hotel een fikse korting geeft op de toegangsprijs als je het ticket in het hotel zelf koopt. Nogal toevallig vonden we ook meteen Jules Deelder. Als u deze man niet kent, is dat helemaal ok, hoor. Toevallig is dat een grote klier.

Toevallig botsten we ook op geen enkele hoer. Nochtans moet er een grotere kans zijn om een hoer te vinden dan Jules Deelder. Hoewel dat een hoer is van ettelijke drugskartels. (Ja, u voelt het, Jules Deelder heeft op onze tenen getrapt).

Hier onderaan ziet u trouwens Tim. De man die ons ooit redt van de meest catastrofale afvalbergen, via zijn Agent Green bedrijf in Vietnam. Het is eens wat anders dan Agent Orange.

Et ceterum censeo dat u een goed gevoel krijgt, als u dit project financieel steunt, via deze link: http://www.keybooks.nl/campaigns/die-nacht-zag-ik-haar-drago-jancar/

11921776_10153638033663901_2020908972076308704_o

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s