Een bekende zelfmoordenaar krijgt een multimediale rouwwake, een onbekende krijgt rauwe stilte en is een drupje in een heet statistiekje

papa en ikBij die beroemde zelfdodingen op tévé, hebben de studiogasten het altijd over alles, maar zo nooit echt over HOE je nou precies in het bootje van Charon komt gesukkeld. (Anno 2015 is dat overigens een rubberen bootje, maar dat zijn details). Het gebeurde in januari 2009. Ik had basically net naar mijn moeder gesmst dat ik het totaal niet meer zag zitten. Ik had een klotejob waarvoor ik omstreeks 5u op moest, en door allerlei omstandigheden dagelijks 16 km te voet moest voor afleggen -ik heb nog steeds littekens op mijn hielen daarvan, zielig he? Denk overigens aan ons crowdfunding project rond Drago Jancar, als u op enig moment overmand raakt door medelijden-, ik had schoonouders die mij zeer letterlijk wilden vermoorden via een Antilliaanse bende en af en toe aan mijn deur stonden om mij te verwijten dat ik een loser was en poogden om hun dochter te ontvoeren en thuis op te sluiten. Geen kat las mijn schrijfsels die ik pende in korte pauzes op het werk. Dat werk draaide vierkant en ook nogal veel in het zwart. Het was volle crisis. En we kregen alleen minieme bestellingen voor kunstgras, waar veel prutswerk bij kwam kijken en zeer weinig winst.

Mijn moeder stuurde iets bemoedigends. Ik weet niet meer wat. Toen vond ik het al sterk van haar, achteraf vond ik het bovenmenselijk sterk van d’r. Als er iemand op dat moment bemoediging kon gebruiken, was zij het wel.

Wat ik toen namelijk niet besefte, was dat ze op dat moment pas mijn vader had ontdekt, die zelfmoord had gepleegd in bed. Hij had de dag tevoren ook al proberen zelfmoord plegen door heel veel slaappillen te nemen, maar dat had hij gewoon overleefd. Hij was alleen maar wat loom wakker geworden.

Mijn moeder deed al enkele dagen alle mogelijke moeite om de artisanale euthanasie te verijdelen, maar het wilde niet baten. En hem laten opsluiten in de psychiatrie of zo, dat wilde ze hem ook niet aandoen. Daar had hij een panische angst voor. Dus vertrok ze die dag met een vermoord hart naar het werk, in de wetenschap dat hij het die dag vakkundig zou doen. Toen ze terug kwam, was hij al koud. Hij moet het dus vlak na haar vertrek gedaan hebben. Hij heeft zichzelf Houdiniaans vastgebonden en is gestikt in een plastic zak. Van welk merk is mij niet bekend, misschien merkloos, mijn vader had niks met merkkledij. De politie dacht dat het om een moord ging, want wie slaagt er nu in om zichzelf zo volledig vast te binden? Maar toch, uiteindelijk konden ze tot geen andere conclusie komen.

Ik stond in Sint-Niklaas op de trein te wachten, in volle onafgebroken zelfbeklag, hetgeen mij wel vaker overkomt. Toen mijn Perzische vriendin vroeg waar ik was en dat ze mij iets moest vertellen, maar dat dat pas kon als ik thuis was, wist ik genoeg. Ik dacht eerst nog aan een natuurlijk overlijden. Mijn vader had juist een pacemaker gekregen. Hij was kort tevoren al eens bijna gestorven aan een hartaanval. Zijn hart had nog 30 per minuut geslagen. Maar nee, de cardioloog had nog enige weken te voren gezegd: ‘Uw hartje is kerngezond’. Mijn vader had een hartsgrondige hekel aan verkleinwoorden op -je, want hij had een hekel aan gesproken algemeen Nederlands, en verkleinwoordjes op -je horen daar bij.

Soit, dat zal wel niet de druppel geweest zijn. Wat de druppel is geweest, weet ik niet.

Toen ik hem maanden tevoren zei: ‘De drummer van Jimi Hendrix is overleden’, zei hij: ‘Ja, maar die heeft geleefd. En die laat iets achter. Ik laat niks achter.’

Nou ja, hij liet toch alvast een raadsel na voor de politie en de gerechtsdokter. Mijn moeder werd eventjes verdacht van moord. Voor de administratieve welvoeglijkheid moest ik ook het ouderlijke huis verlaten of ik kon er van beticht worden van in het onbestaande complot te zitten. Het is toch spijtig dat als je leven een Scandinavische thriller wordt, je die niet in boekvorm meekrijgt, mét alle auteursrechten. Zonde toch. Je mag het meemaken, maar je moet het dan wel nog zelf gaan opschrijven ook.

Daarna is er tijd voor dat clichématige markeren van de kalender. De tijd VOOR die dag en de tijd NA die dag. Het pre-postuum tijdperk en het post-postuum tijdperk of zoiets. Nee, het pre tanataal tijdperk en het post tanataal tijdperk. En ik kreeg dan eigenlijk zo’n post-tanatale depressie. Je weet wel he, afgeleid van Thanatos. Nee, juist ja, als je het grapke moet uitleggen, is het niet grappig meer.

En het gebeurt elke dag, hoor. In België wel een keer of zeven, dacht ik. Wij Belgen zijn binnenvetters, en dan hebben we het niet over cholesterol. Maar er moet een bekende tussen zitten, of het haalt het nieuws niet.

Dus vandaar even dit mediamoment voor een andere die ‘in zijn woning te Erembodegem uit het leven stapte’.

Gezien de media toen hun werk niet deden, zullen wij het dan maar even doen. De nabestaanden die niet behoorden tot wat mijn vader zoal achter liet, want die liet dus, naar eigen zeggen, tellen en concluderen, niks achter. En da’s ok, we moeten die archivering van het nagelatene respecteren.

Ok, ok, hier komt het, wat de kranten toen schreven:

De Vlaamse schrijver Bruno Peynsaert is overleden. Hij is uit het leven gestapt in zijn woonplaats Erembodegem na een periode van manische depressies. Dat heeft zijn uitgeverij De Geus bekendgemaakt.

De 63-jarige Bruno Peynsaert is schrijver van romans, verhalen en satirische toneelstukken. Hij debuteerde in 1977 op tweeëntwintigjarige leeftijd met de roman LSD likken van Linda’s ranke catwalk dijen. Zijn in 1981 gepubliceerde roman 69’en in de zomer van ’68 werd genomineerd voor de AKO-literatuurprijs en werd in 1983 verfilmd. Zijn historische roman Baden met Bathory, in 1984 uitgebracht, behaalde de longlist van diezelfde prijs. In 2005 bracht hij Billy de kid, rebel without a kous uit, een tweedelige bundel essays die hij schreef over zijn vaderschap en hoezeer hij als vader zijn stempel had gedrukt op zijn zoon, hoewel hij dat paradoxaal genoeg net wilde vermijden. In 2007 verscheen de roman Linda met de zigeunerogen. Een roman over de hedendaagse Europese melting pot, geschreven in een stijl die doet denken aan Zadie Smith en Tom Wolfe, met een Hongaars fotomodel in de hoofdrol, die het in Nederland helemaal kan maken als model, maar die zich uiteindelijk radicaal tegen de inhoudsloze glitter en glamour van het modellenbestaan kant. Naar eigen zeggen schreef Peynsaert de roman in één week tijd, waarin hij niets anders at dan koffie, één grote ketel goelash en ‘genoeg speed om zelfs Keith Richards een hartaanval te bezorgen’.

In Vlaanderen was Peynsaert daarnaast ook bekend van zijn zaaloptredens. In 2003 en 2004 toerde hij met het programma Mag ik couchsurfen op uw G-spot?. In de populaire talkshow ‘De Wereld Draait Door’ had hij ook een rubriek waarin hij zijn enthousiasme voor cunnilingus en een feminisme dat vrouwen voluit empowert, maar niet ontvrouwt, uitdroeg.

Peynsaert zou dinsdagavond nog te gast zijn op de Nederlandse zender Radio 4, in het programma ‘Opium 4’. In het Nederlandse praatprogramma ‘Pauw’ kregen ze het nieuws tijdens de uitzending te horen. Jan Cremer reageerde: ‘De enige passende reactie is: naar huis gaan en onze vrouw beffen.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s