Grafrede van William ‘Gistje’ Schelck (1935-2016)

15328176_10154851740073901_571616541_n15139790_659396630886830_938260495_nVoor William Schelck, of ‘Gistje’ zoals de mensen je graag noemden.

Je bent geboren in turbulente tijden, 5 jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Die woelige tijden hebben onmiskenbaar een stempel op je gedrukt. Zo was lekker eten altijd een prioriteit voor je, omdat het tijdens de oorlog zo’n magere jaren waren geweest. Ook na de oorlog was er nog geen materiële overvloed zoals die er nu is. Een stuk brood in een glas Coca Cola doppen, dat was een echte maaltijd voor jouw generatie, eind de jaren 1940.

Je groeide op in een dorp dat nog de wonden toonden van de Duitse bombardementen. Dat moet zeker een grote indruk op je gemaakt hebben als kind. Misschien ben je daarom altijd heel nauwgezet de buitenlandse politiek blijven volgen.

Je moest al vroeg de schoolbanken verlaten, ook al was je een uitstekende leerling. De schoolmeester kwam je ouders bijna smeken om je te laten verder studeren, maar er was geen ontkomen aan. Al toen je veertien was, ging je aan de slag. Je was een harde werker. Je hebt kort bij de metsers gewerkt en je hebt gezwoegd aan een machine van leerlooierij Schotte. Je was nog niet helemaal opgegroeid, dus de machine was te groot voor je. Je moest op een kist staan om je werk te kunnen doen.

Uiteindelijk nam je dienst in het leger. En ik denk dat we het er allemaal over eens mogen zijn dat dat de mooiste tijd van je leven was. Je kon er uren over vertellen. Je deed het daar erg goed, want je had een uitstekend geheugen. Je kon makkelijk de lading van de vrachtwagens memoriseren, je werd een expert inzake explosieven en je leerde erg makkelijk vreemde talen. Je sprak een aardig mondje Frans, Engels en Duits. Al snel schopte je het tot sergeant. Je was gestationeerd in West-Duitsland, in Kassel. Je reed toen rond in alle mogelijke tanks, zoals Pattons en Chevys. Nochtans wilde je later nooit met de auto rijden. Dat moest toch makkelijker zijn dan met een tank rijden? Maar je had natuurlijk gelijk toen je zei: ‘Ja, maar, als je met een tank rijdt, dan gaat al het verkeer automatisch direct snel snel voor jou opzij!’.

Het soldatenleven beviel je erg goed. Je zag daar de allernieuwste films en het eten was zeer degelijk en je had natuurlijk je echtgenote bij je. Je kon het nog verder brengen dan sergeant, maar het loon was helaas zo laag in die tijd. En je kroost breidde zich stelselmatig uit. Als soldaat had je al twee dochters, maar er zouden er nog drie volgen. Om zoveel monden te voeden, moest je flink meer gaan verdienen.
Je tweede carrière maakte je bij Volkswagen. Daar erkenden ze al snel je leiderscapaciteiten en je moest het werk van meer dan 40 man coördineren. Hetgeen niet altijd makkelijk was. Ook stuurden ze je vaak op dienstreis naar Duitsland, om daar de constructie van de laatste nieuwe automodellen te leren kennen. Uiteindelijk werd je bediende bij Volkswagen, iets waar je terecht trots mocht op zijn, want je had immers niet de kans gekregen om hogere studies te doen. Je ging werken door weer en wind, ook als je 40 graden koorts had. Dat soort werkethiek heeft de jongere generatie waarschijnlijk niet meer, maar voor jou was dat een vanzelfsprekendheid.

Er moest gelukkig niet altijd gewerkt worden. Van zodra het kon, trok je met vrouw en kinderen naar de Belgische kust. Bredene was je favoriete badplaats. Daar keek je heel graag naar de boten, vanop het strand, met je verrekijker. Ook kon je enorm opgaan in goed gemaakte televisieseries. Vooral science-fiction kon je erg appreciëren. Je kon ook goed lachen met Gaston en Leo, dat waren je favoriete komieken. En als er niets op tv was, dan luisterde je heel graag naar klassieke muziek. Je kon ook een stevig stukje meezingen.

Koken deed je ook heel graag. Je bakte graag pannenkoeken voor de hele familie, of je maakte zelf rijstpap of Aalsterse vla. Je was een erg goede kok. We gaan je unieke spaghettisaus en je soepen hard missen.

Ook tijdens je pensioen bleef je erg actief. De boodschappen deed je met de fiets. De oorlogsjaren hadden je geleerd om spaarzaam te zijn, en je wist als geen andere de prijzen van alle producten in alle verschillende warenhuizen. Je kocht nooit buitensporige luxe voor jezelf. Tot op je laatste dag gaf je trouw je hele inkomen af aan je vrouw, Yvonne. Je was een bijzonder loyale echtgenoot, die erg bekommerd was om het geluk van zijn vrouw.

Je was ook altijd erg begaan met de toekomst van je kleinkinderen en je zag hen heel graag verder studeren.

Je hechtte ook belang aan het katholieke geloof. Je vond het erg belangrijk om regelmatig op bedevaart te gaan naar Lourdes en de kruisweg af te leggen. Als je lichaam het nog enigszins had toegestaan, was je zeker nog eens teruggegaan.

Toen je enkele jaren geleden dan erg ziek werd, ging er enorm veel verloren. Je werd volkomen afhankelijk van de zorgen van anderen. Dat was een hele zware pil om te slikken. Maar je was een bijzonder makkelijke en geduldige patiënt. De verplegers hadden nooit last met jou, ook al kwam er veel bij kijken om je thuis te kunnen houden, want dat had je familie natuurlijk het liefste. Je klaagde nooit, je was een hele taaie. Dat kon huisarts Yves bevestigen. We hebben je nog een aantal jaar zoveel mogelijk kunnen vertroetelen, in zoverre dat nog kon, want je lichaam had echt enkele mokerslagen gekregen.

Je laatste gedachten waren zoals steeds bij je echtgenote, bij je vijf dochters en bij je kleinkinderen. Je was een erg stabiele bron van kracht in het leven van ons allemaal, en een sterk voorbeeld. Je zei altijd: ‘Je moet werken om te kunnen leven, maar je moet niet leven om te werken’. Je leerde ons hard werken, maar ook ontspannen en genieten.

We zullen je altijd herinneren als een gedisciplineerde, maar zachtaardige man, die graag in de weer was, maar zich ook goed kon ontspannen, die erg gepassioneerd kon spreken over Belgische politiek, economie en geschiedenis, die graag lachtte, en die heel trots was als zijn nakomelingen succes hadden.

In je laatste maanden kwamen familieleden die al eerder waren overleden je wenken om de grote oversteek te maken. We hopen dat je nu bij hen mag zijn, en dat jullie bijvoorbeeld nu aan je geliefkoosde kust mag zitten, en dat je kan kaarten met je vrienden en ouder makkers van het leger, terwijl op de achtergrond je favoriete muziek speelt. Hou voor ons een plaatsje vrij.

Beste pa, beste pepe, bedankt dat je er altijd voor ons bent geweest.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s