Een babbel met de Turkse poetsvrouw in ons gebouw: Kerime

Over de aanslagen in Brussel natuurlijk.


kar.JPGKerime is altijd welgemutst en praat graag met ons, maar vandaag heeft ze duidelijk echt nood aan een babbel. Ze vraagt hoeveel doden en gewonden er nu uiteindelijk zijn. En ze voegt er meteen aan toe dat dit echt niet het werk van de Koran is. Dat ISIS het geloof misbruikt om zulke dingen te doen. Ik zeg dat er onlangs nog een aanslag was in Istanbul en dat die helemaal niet zoveel media-aandacht krijgt. Ze vindt het goed dat er nu zoveel solidariteit is met België, maar ze hoopt dat Turkije nu ook meer solidariteit krijgt. ‘Bij ons gebeurt er elke maand wel zoiets’.

Vanochtend heeft ze via VTM vernomen dat een jonge student is omgekomen, gisteren bij de aanslagen in Brussel. ‘Het zal maar jouw kind zijn’, zegt ze triest. Ook zegt ze dat haar man elke dag in metrostation Maalbeek komt, maar dan wel ’s avonds. Hij is dus gelukkig ontkomen aan de aanslag. We hebben het een beetje over de Koerden en de PKK. Ze kijkt verbaasd als ik Öcalan vermeld (ik ben zo’n spontane verzamelbaak voor feitjes en weetjes waar je geen brood mee kunt kopen). Ik vraag om mij een paar woorden Turks te leren. Ik zeg een paar woorden Arabisch die ze begrijpt. Mijn handvol woorden Farsi kan ze vertalen, omdat Farsi en Koerdisch dicht bij elkaar liggen. Zelf is ze Koerd, zegt ze, maar ze is ook Turks. Ze heeft een gemengd huwelijk, haar echtgenoot is Turks, maar dat werkt heel goed. De Koerden die tegen Turkije vechten zijn geen echte Koerden, zegt ze.

‘Geen plaats in de hemel’

Ze is bang dat ze mij stoort, dus ze veegt gezwind verder, ze doet haar werk zichtbaar graag. Achteraf wil ik haar een potje paaseieren geven en een kaartje van Don Ki Chod, maar ik kan haar in dit grote gebouw niet meer vinden. Ik laat het potje paaseieren dan maar achter op de grote kar met schoonmaakproducten die geparkeerd staat in één van de gangen. Uiteindelijk komt ze aan mijn deur kloppen, en herhaalt ze nog enkele keren dat de Koran het doden van anderen ten strengste afkeurt. Haar enthousiasme om te spreken is enorm groot. ‘Sorry, mijn Nederlands is kapot’, zegt ze, maar haar boodschap komt klaar en duidelijk over: ze keurt de aanslagen af, en het doet haar zelfs pijn dat de daders namen als Ibrahim hebben, namen die in de geschiedenis gedragen werden door vooraanstaande moslims.

De mannen die de aanslagen hebben gepleegd zijn voor haar geen moslims. ‘Ze zullen nu ontdekken dat ze in de hemel geen plaats hebben’. En bovendien is ze er van overtuigd dat de terroristen grote sponsors hebben, die het geweld financieren, je hebt handenvol geld nodig om zoiets te kunnen doen. ‘Waarom precies, weet ik niet, maar ik denk echt dat rijke mensen en Amerika de schuldigen zijn’. Met de deurklink in de hand zegt ze: ‘Sorry, ik ben Waterman, wij denken altijd na in het groot, over de maatschappij. Jij bent Vissen, dan ben je stil, met veel mysterieuze gedachten. Ja, ik weet heel veel over astrologie. Ik moet rap verder doen nu of straks ontploft mijn baas nog!’ En dan gaat ze bijna rennend terug aan het werk.

 

Verknocht zijn aan Slowakije :: Once you go Slovak you never go back

Ik werd onlangs geïnterviewd over mijn band met Slowakije. Hier leest u de integrale versie.

brat i bratHoe ben je in Slowakije beland? Kan je dit wat toelichten?

Ik heb Oost-Europese talen en culturen gestudeerd, met de nadruk op Sloveens en Russisch en ook wat Bulgaars. Zo ongeveer twee jaar nadat ik was afgestudeerd, kwam ik via Benjamin Bossaert, de docent Nederlands aan de universiteit van Bratislava en een echte expert in alles wat Slowakije aanbelangt, te weten dat er twee interessante jobmogelijkheden waren. Er was een positie vrij bij de Nederlandse ambassade te Bratislava. Tegelijk had de universiteit van Ruzomberok een docent Nederlands nodig. Benjamin Bossaert vermoedde dat de twee jobs te combineren waren als ik dat zou voorstellen op de sollicitatiegesprekken en hij had gelijk. Ik kreeg op voorspraak van Benjamin de beide jobs en ik verhuisde naar Slowakije. Het was wel verdraaid spannend om te scheiden van Gent, een stad waar ik op dat moment aan verknocht was. Gelukkig had Bratislava me heel snel in haar ban. Ik zeg haar, want zo’n charmante stad moet vrouwelijk zijn.

Je werkte bij de Nederlandse ambassade. Hoe zag je takenpakket er uit?

Ik was initieel aangenomen als archivaris, wat op zich wel interessant was, maar na een maand of zo werd het veel spannender toen de ambassadrice mij vroeg om Politiek Officier aka Public Diplomacy Officer te worden. Normaal moet een Slowaak die positie invullen, maar ze vonden niet meteen iemand. De persoon die de job had gekregen, liet op het laatste moment weten dat hij toch liever niet van job wilde veranderen. Normaal moet een native speaker Slowaaks deze job doen, omdat je veel moet netwerken en je moet ook de Slowaakse media volgen en Slowaken uitnodigen en ontvangen op de ambassade. Ik had nooit Slowaakse lessen gekregen, maar Slowaaks lijkt wel een beetje op Sloveens, dus ik had een aanknopingspunt.

Mijn voornaamste taak bestond er uit om alle mogelijke experts rond Roma zigeuners uit te nodigen en te bevragen. Slowakije heeft een half miljoen Roma, vooral in het oosten van het land, en daar zijn veel uitdagingen rond, qua werkloosheid, armoede, enzovoort. Ik schreef ook als ghost writer de blog van de ambassadrice. Het archief up to date houden, werd plots een pak minder interessant toen ik dat onderzoek naar de situatie van de Roma moest doen!

Je deed bij de ambassade onderzoek naar de situatie van de Roma. Heeft dit onderzoek iets concreets opgeleverd? Of kwam je tot bepaalde inzichten?

Dat heeft geleid tot een verslag aan Den Haag. De conclusie was dat het probleem niet op te lossen valt voor deze generatie, noch voor de volgende, dat er in het beste geval drie generaties moeten over heen gaan. Er waren enkele voorbeelden van kleinschalige projecten die zeer goede resultaten boekten. Het beste voorbeeld was een dorpje waar men Roma gestadig beloonde voor goed gedrag. Als ze een kind regelmatig naar school stuurden, kregen ze extra steun. Als ze regelmatig werkten en konden aantonen dat ze konden sparen, konden ze uiteindelijk in een mooie woning in het centrum van het dorp komen wonen, in plaats van de vaak afgeleefde wijken waar de Roma vaak verzeild raken.

De Roma zagen zeer concreet hoe enkelen hun situatie zichtbaar verbeterden, en volgden dan het goede voorbeeld. Helaas was dit een zeer beperkt project en zagen we veel voorbeelden van dure projecten die tot niets leidden. Een van de ergste voorbeelden was een nieuwe appartementenblok waar Roma zeer goedkoop zouden kunnen huren. De verwarming was echter enkel mogelijk via elektrische kachels wat tot zeer hoge energierekeningen zou leiden. Geen enkel Roma gezin is er in getrokken. De appartementen zijn uiteindelijk verkocht voor een symbolische euro aan niet Roma gezinnen die veel schade hadden geleden bij een grote overstroming. Het geld dat in het project was gekropen, stond wel officieel in de statistieken met geld dat is uitgegeven om de Roma te helpen. Een van de gevolgen is dat de Slowaken denken dat er heel veel geld naar Roma gaat, maar dat de situatie niet verbetert en dat dus wel de schuld moet zijn van die zogezegd onwillige Roma.

Er zijn inderdaad Roma die niet willen veranderen en echt grote problemen veroorzaken, maar de rest die wel mee wil, is daar dan het slachtoffer van. Tijdens het onderzoek bleek ook dat de Roma onder het communisme een heel goed leven hadden gehad, want ze kregen hun basisbehoeften, en verder hoefden ze niks.

Ook bleek erg opvallend dat er in Slowakije heel veel organisaties zijn die perfect in kaart hebben gebracht wat de problemen zijn en wat er precies aan te doen valt. De oplossingen kosten echter geld en geen enkele politicus krijgt verkocht dat er ‘nog meer’ geld moet naar Roma. Ook bleek dat Roma op school vrijwel systematisch in het buitengewoon onderwijs terechtkwamen. Dat maakt echter deel uit van de gewone secundaire scholen, dat wordt niet georganiseerd op aparte scholen zoals bij ons. De Roma hadden vaak wel van thuis uit enige leerachterstand, maar ze waren daarom niet zwakbegaafd. Toch werden ze zo behandeld. In de praktijk leidde dit tot een soort segregatie in de scholen, met Roma kinderen in aparte lokalen, en de ‘blanke’ Slowaken in andere lokalen. Een extra moeilijkheid bij dit probleem was dat de secundaire scholen extra subsidies kregen voor kinderen die zogenaamd buitengewoon onderwijs nodig hadden…

Tijdens het onderzoek trok ik samen met Benjamin ook naar Lunik IX in de stad Kosice, dat is een echt getto. De Slowaken verklaarden ons gek en dachten dat we daar zeker een ziekte zouden krijgen. We werden niet ziek, maar kwamen wel in een heel aparte wereld terecht. De bus in Kosice stopt bijvoorbeeld automatisch overal, maar voor de halte van Lunik IX moet je echt bellen. Geen enkel gebouw heeft daar nog ramen, want de Roma verkopen het glas. Er werd mij gezegd dat de leerkrachten in het schooltje van Lunik IX op een bepaald moment met maskers voor hun mond les gaven, omdat de leerlingen zich niet konden wassen. Niet omdat ze niet wilden, maar omdat er minstens een tijd geen stromend water was. Slowaken verklaarden ons dus gek, omdat we daar heen gingen. Nochtans hebben we in dit getto rustig kunnen rondlopen en heeft niemand ons lastig gevallen.

Ik moet wel zeggen dat ik in Slowakije anders wel zeer vaak word staande gehouden door Roma die om geld vragen. Zelf heb ik geen gevallen van agressie meegemaakt, maar ik heb wel veel verhalen gehoord over Roma die agressief reageren als ze in groep zijn. Ik merkte bij collega diplomaten ook dat ze de kwestie rond Roma beu waren. Zo zei een Franse diplomate in de wandelgangen tijdens een conferentie over Roma: ‘Ik hou het voor bekeken, over die Roma hoor ik al jaren hetzelfde verhaaltje en er verandert niks’. Ik vrees dat mijn rapport aan Den Haag helaas ook geen sikkepit zal veranderd hebben.

Mijn ambassadrice, Daphne Bergsma, was antropologe van opleiding, en begreep heel goed de situatie. Een verhaal van politieke onwil, vooroordelen, projecten die met de beste bedoelingen beginnen, maar stoppen als er geen subsidies meer komen, de Roma die zelf soms te zeer inspelen op de clichés Roma hebben de naam om fantastische muzikanten te zijn, wat vaak klopt, maar je kan natuurlijk niet van 500.000 Roma allemaal violisten maken, toch kan je naar geen enkele Roma conferentie gaan, of net dat aspect wordt in de verf gezet.

Heel spijtig is dat er veel NGO’s zijn die de situatie goed snappen, maar toch gebeurt er weinig. Op dat moment was de Slowaakse eerste minister zelfs een sociologe die echt een grote deskundige was op vlak van Roma. Ook zij, Iveta Radicova, deed weinig aan dit probleem. De NGO’s waren daardoor extra gefrustreerd, omdat men net dacht dat zij wél allerlei maatregelen zou treffen. Maar de Slowaakse politicus die te zeer als de vriend van Roma overkomt, pleegt eigenlijk regelrechte politieke zelfmoord, en dus verandert er weinig.

Onder Slowaken leeft ook veel frustratie, omdat ze het gevoel hebben dat er juist heel veel gedaan wordt voor Roma, maar dat de Europese Unie het nooit genoeg vindt. Op papier krijgt men makkelijk een verkeerd beeld van de situatie, zo’n onderzoek doe je echt het beste door zelf ter plaatse te gaan kijken. Mijn ambassadrice deed dat ook echt, misschien vanuit haar achtergrond als antropologe.

Je schreef ook als ghost writer de blog van de ambassadrice. Waarover ging die blog precies? En was het moeilijk om in naam van iemand anders te schrijven?

Dat ging eigenlijk heel vlot. Ik schreef over de prioriteiten van Nederland in Slowakije en dat soort dingen. Dat ging onder andere om hernieuwbare energie, anti-corruptie, minderheden (vandaar het onderzoek naar Roma) en holebirechten. Ik moest ook deelnemen aan de jaarlijkse conferentie rond internationale veiligheid, GLOBSEC, heet dat. Je komt er de vreemdste figuren tegen. Zo zat ik op een bepaald moment naast een Amerikaanse werknemer van General Electric, die een zeer enthousiast promopraatje maakte over de Abrams main battle tank. Alsof de Nederlandse ambassade ook maar in de verste verte middelen of interesse had om tanks te kopen! Ook werd een ietwat dronken diplomaat uit Azerbajdzjan nogal loslippig. Die was apetrots dat zijn land een waanzinnig deel van het BNP in wapenaankopen stak. Hij zei letterlijk: ‘Van zodra de Russen hun basis in Yerevan ontruimen, vallen we Armenië binnen’. Nog even later deed hij nog een diplomatieke uitschuiver door vice-ambassadrice (chargé d’affaires om helemaal correct te zijn) eigenlijk belachelijk te maken omdat de dienstauto van onze ambassade niet luxueus genoeg was. Zo’n dingen mocht ik natuurlijk niet op de blog zwieren, maar al dat soort info werd wel netjes verzameld in verslagjes in het archief. De blog moest vooral leuke info geven over de relaties tussen Slowakije en Nederland. Als er bijvoorbeeld een Nederlandse roman werd vertaald in het Slowaaks, dan mocht dat op de blog. Of als de ambassadrice een Nederlands bedrijf bezocht in Slowakije. Een interview met een Slowakije kenner mocht ook. De blog bestaat niet meer, denk ik. Maar dat interview is wel overgenomen op de site van Abram Muller. De blog was in het Engels: https://www.abrammuller.nl/en/work/who-is-abram-muller/

Waar woonde je precies in Slowakije. Kan je wat meer over deze stad vertellen?

Ik woonde in Bratislava. Een stad die echt in opmars is. Het is de hoofdstad van Slowakije en ligt vreemd genoeg helemaal niet in het centrum van het land. Het ligt in een hoek, dichtbij twee andere hoofdsteden, Wenen en Boedapest. De trein is spotgoedkoop, dus ik kwam zo ook vaak in twee andere interessante steden. Om die reden gonst het in Bratislava altijd van toeristen die vaak een trip langs drie hoofdsteden maken. Bratislava is zo’n stad die na het communisme zichtbaar herleefde. Heel veel jonge kunstenaars en ondernemers maken er een hippe stad van, vol originele plekken.
Mainstream ketens die je in principe overal vindt, zijn er nog niet en masse neergestreken, dus je hebt echt het gevoel dat je ergens helemaal anders bent. Je hebt wel enkele shoppingspaleizen met veel glitter en glamour, maar die liggen buiten het historische centrum. Slowaken zijn harde werkers, maar ze houden tegelijk nog vast aan een strakke dagindeling. Rond de middag moet een Slowaak gewoonweg soep hebben bijvoorbeeld. Slowaken hebben echt veel typisch Slowaakse rituelen die fascinerend zijn. Ze gaan ook nog steeds naar de kerk. In Bratislava kan je kerken zien die propvol zitten, met ook lange rijen mensen buiten aan de kerkpoort. Bratislava ligt ook langs de Donau en dat geeft natuurlijk een zeer aparte sfeer. Langs de rivier zijn erg veel trendy restaurantjes die de moeite waard zijn. En het is er naar Slowaakse normen best prijzig, maar naar Belgische normen is het er nog steeds erg goedkoop.

Was het een andere manier van werken dan in België? In welke zin?

Slowaken hebben wel degelijk een andere mentaliteit. Ze zijn ontzettend vriendelijk en helpen je graag, maar ze tonen zelf weinig initiatief. Onder de jongeren is dat zeker aan het veranderen, maar de mensen die het communisme hebben meegemaakt, durven vaak hun mening niet goed zeggen, en kunnen soms moeilijk inschatten wat er precies van hen wordt verwacht. Onder het communisme werd er vaak niet veel meer van hen verwacht dan dat ze aanwezig waren. Dat was extra duidelijk door het contrast met de Nederlanders op de ambassade die helemaal niet zitten te wachten op richtlijnen, Nederlanders zijn zeer zelfredzaam. Het communistisch verleden werpt zo nog wel een beetje een schaduw op de werkvloer. Maar onder de jongeren is dat zeker helemaal aan het veranderen.

Je gaf ook les aan de universiteit.

Ik gaf Nederlandse taalverwerving. Je kan je geen grotere schatten van studenten indenken dan Slowaakse! Ze zijn ontzettend vriendelijk, storen nooit de les en hebben enorm veel ontzag voor hun leerkrachten. Het enige minpuntje is de keerzijde van die medaille: ze durven bijna nooit antwoorden op vragen en zijn in de les nogal afwachtend. Maar verder zijn ze een bijzonder dankbaar publiek om les aan te geven. Ze scheppen ook graag een gezellige sfeer en nemen je zelfs na de les graag mee naar de markt of naar een koffiehuis.

Waar heb je in het begin het meest moeten aan wennen?

Het verkeer. In Slowakije stoppen auto’s vaak niet als je al op het zebrapad bent. Je moet het ook niet in je hoofd halen om er te gaan fietsen. Slowaakse chauffeurs geven vaak zelfs gas en rijden om je heen terwijl je halverwege een zebrapad staat. Bizar genoeg zijn Slowaken in het openbaar vervoer dan weer extreem hoffelijk. O wee als je in de bus of de trein je plaats niet afstaat aan een bejaarde. Terwijl dat bij ons toch niet altijd zo vlot gebeurt. Zoals ik al vermeldde, was de Slowaakse absolute nood aan soep rond de middag wat bevreemdend. Ook het diepe katholieke geloof van Slowaken was in het begin erg vreemd voor mij. Mensen bidden soms echt nog bij elke maaltijd. Ik hoor er ook bijna nooit een gesprek waar op een of ander moment niet gesproken wordt over een priester, de kerk, of de mis. Bij momenten is dat niet te begrijpen.

Wat vond je leuk in Slowakije en waaraan ergerde je je?

Irritant was het verkeer. Zeer vervelend waren de macho’s die je soms ziet in het straatbeeld. Abram Muller doopte hen ‘de karpatenkoppen’. Ze zijn zeer intimiderend, zien er allemaal eender uit, een beetje zoals een kruising tussen een bodybuilder en een skinhead en ze zijn soms verbaal agressief en uitdagend. Soms was het ook vervelend dat Slowaken -vooral de mannen- verwachten dat je mee alcohol drinkt. Vaak kreeg ik een uitnodiging om op café te gaan en dan zei ik: ok, maar vanavond drink ik wel geen alcohol, en dan kreeg ik als antwoord: ‘Ok, laat ons dan morgen op café gaan!’ Slowaken zijn ook zeer conservatief en homo’s zijn er nog steeds een beetje taboe. Vooral over homokoppels die adopteren hebben ze de meest rare ideeën. Ze gaan er vanuit dat als een homokoppel kinderen adopteert, die kinderen dan ook zeker homo worden… Dat vond ik soms irritant, want ik heb genoeg vrienden die homo zijn, en de clichés die nogal wat Slowaken geloven, houden natuurlijk geen steek.

Zeer leuk was de gezelligheid die Slowaken scheppen. Ze zijn zeer samenhorig, en kunnen echt een feestje bouwen op een zeer spontane manier. Ze laten zich ook zelden opjagen en houden aan een vast ritme, met vaste tradities. In het begin ergerde ik mij aan wat ik bijna een soort Pavloviaans gedrag vond, maar al snel begon ik het erg te appreciëren. Slowaken appreciëren echt de kleine dingen in het leven en ik meen echt dat ze vaak gelukkiger zijn dan Vlamingen en Nederlanders, onder andere omdat ze hun vriendschappen heel intens onderhouden en ook hun familiebanden vaak heel erg waarderen. Misschien komt het ook weer door de naweeën van het communisme dat ze zelden echt gefixeerd zijn op carrière maken. Het zijn goeie werknemers, maar ik heb toch vaak de indruk dat hun werk niet op de eerste plaats komt, maar dat familie, kinderen en gemeenschapsleven prioritair zijn, vooral als ze gelovig zijn, en zoals gezegd, zijn veel Slowaken nog echt gelovig.

Merkte je bepaalde cultuurverschillen op?

O ja, het levensritme is er anders. Het geloof neemt er een zeer centrale plaats in, zowel in media en de politiek als in het dagdagelijkse leven. Slowaken hebben ook echt andere prioriteiten. Ze lijken meer de focus te leggen op kleine dingen. Dat merk je zelfs in de taal, want ze maken van alles verkleinwoorden. Ze zijn bijvoorbeeld ook niet zo gefixeerd op het kopen van een huis, zoals Vlamingen dat vaak zijn. Slowaken hebben ook de grappige neiging om hun eigen land te bespotten. Ze hebben zo’n beetje een collectief inferioriteitscomplex ten opzichte van alle omliggende landen, vooral tegenover de Tsjechen. Ze klagen steeds dat de Tsjechen neer kijken op hen, maar tegelijk beweren ze zelf dat in Tsjechië alles beter is dan in Slowakije. Iets wat dus helemaal niet klopt, want Slowakije is een prachtig land met heel wat troeven. En zoals Abram Muller altijd zegt: Als er ooit een kernoorlog uitbreekt, is Slowakije één van de weinige landen die dat zal overleven, want het land is goed verscholen, onbekend en geen mikpunt op de internationale agenda.

Hoe zag je vrije tijd eruit?

Ik heb nog nooit in mijn leven zo vaak op café gezeten als in Slowakije… Ik meen serieus dat ik in de eerste drie maanden die ik Slowakije was, al meer alcohol gedronken had dan in tien jaar in België. Dat had af en toe zijn charme, maar na een tijd gingen Benjamin Bossaert en ik zelf toch allerlei excuses verzinnen om niet te moeten mee drinken. Vooral als Slowaken een drankje dat slivovica heet bovenhalen (een soort pruimenwijn die ze vaak zelf stoken) maak ik mij liever zo snel mogelijk uit de voeten, want wat mij betreft, smaakt het alsof je rot fruit eet en dan je keel in brandt steekt.

Heb je leuke anekdotes?

In het begin vertrouwde ik vooral op mij kennis Sloveens om mij verstaanbaar te maken bij de Slowaken. Af en toe lijken de woorden op elkaar en heel soms gebruiken ze hetzelfde woord voor iets. Op een bepaald moment, ik ben vergeten in welke context precies, zeg ik tegen een Slowaak dat mijn buurvrouw vier kinderen heeft, maar dat dat naar Belgische normen wel veel is, dat twee kinderen hebben typischer is. De man kijkt mij plots zeer vreemd aan en vraagt wat die kinderen precies doen. Ik zeg dat ze naar school gaan. Dat vindt de man blijkbaar zeer abnormaal. Hij blijft vragen stellen en raakt echt een beetje over zijn toeren. Uiteindelijk blijkt dat Sloveense woord voor kind (otrok) in het Slowaaks ‘slaaf’ betekent. Die man was blij te horen dat het voor Belgische gezinnen NIET typisch is om twee slaven te hebben.

Je woont nu in België, heb je iets over gehouden van je verblijf in Slowakije?

Als lector Nederlands werd ik op slag verliefd op mijn studentes. Het bleek gelukkig dat de aantrekking wederzijds was. Ik was echter bang dat het tegen de regels van de unief was om een relatie te hebben met een studente. Ik trok mijn stoute schoenen aan en vroeg aan mijn baas of dat eventueel mocht. Hij zei: ‘ja, tuurlijk mag dat. Wil je graag een kopie van haar dossier? Dan weet je alles over haar, van haar lagere school tot nu!’ Ik heb het dossier beleefd geweigerd, maar vier jaar later zijn we wel verloofd. Volgende zomer trouwen we in Slowakije.

Ik woon inderdaad terug in België, maar ben nog heel vaak in Slowakije. Samen met Benjamin Bossaert werken we aan vertalingen van Slowaakse romans en kortverhalen. Ik blijf met veel plezier Slowaaks leren, hetgeen via mijn verloofde véél eenvoudiger is geworden. Tegelijk probeer ik ook mijn Sloveens niet te vergeten, en dus vertaal ik ook Sloveens, er is dit jaar een crowdfunding project voor een Sloveense roman van start gegaan. Ik had als student het plan om in Slovenië te gaan werken, en kwam eigenlijk maar toevallig via Benjamin Bossaert in Slowakije terecht. Het was een sprong in het onzekere, maar ik ben ongelofelijk blij dat ik die gewaagd heb.

De link naar het crowdfunding project:http://www.keybooks.nl/campaigns/die-nacht-zag-ik-haar-drago-jancar/

En kwestie van mijn Russisch te onderhouden, schrijf ik al eens een toneelstuk over een gebeurtenis uit de Russische geschiedenis, samen met de schrijfster Anna Coudenys: http://www.bol.com/nl/p/in-de-ketel/9200000030370425/ Via Benjamin Bossaert en Zuzana Pistova is het pas vertaald geraakt naar het Slowaaks en wordt het daar binnenkort ook opgevoerd.

Door mijn verblijf in Slowakije is de webstrip die ik maak met de Gentse tekenaar Dieter Walckiers, ook vertaald geraakt in verschillende Slavische talen: www.verkrijt.net

Kortom, door in het buitenland te gaan werken, zijn er allerlei dingen gebeurd die ik eerder gewoonweg niet voor mogelijk hield. Wie met kriebels zit om een buitenlands avontuur te beginnen: doen!

Gelezen :: Gedachten zonder denker, Mark Epstein

mark epstein gedachten zonder denkerVolledige titel: Gedachten zonder denker, Psychotherapie vanuit boeddhistisch perspectief

‘De westerse psyche is, naar het schijnt, in toenemende mate kwetsbaar voor gevoelens van vervreemding, verlangen, leegte en onwaardigheid – voor emoties die, vanuit boeddhistisch gezichtspunt, kenmerkend zijn voor het ‘rijk van de hongerige geesten’.

Dit boek probeert boeddhistische meditatietechnieken te combineren met westerse psychotherapie.

Het belangrijkste: Om rust te vinden, mogen we niet rond de pot draaien, moeten we ons focussen op onze emoties, die erkennen als zijnde wel degelijk van ons, en die ten volle beleven. Take the bloody pain, als het ware. Dat is natuurlijk gemakkelijk gezegd, maar daar komt het op neer. Staar de ware emotie in het gezicht en aanvaard de les die deze emotie je te leren heeft. Als in: wat heb je nu werkelijk nodig?

Wat komt een therapeut daar bij kijken? Die moet vooral een veilig kader scheppen waarbinnen het voor cliënten helemaal ok is om in die gevaarlijke, afschrikkende emoties te stappen.

‘…de stiltes tussen therapeut en patiënt kunnen óf enorm vruchtbaar zijn of verschrikkelijk destructief. Er vindt een stilzwijgende communicatie plaats gedurende zulke episoden: de patiënt voelt de geestestoestand van de therapeut aan en de therapeut kan veel raden van wat er in de patiënt omgaat. Freud geloofde dat er in feite een directe communicatie tussen het onbewuste van de patiënt en dat van de therapeut optrad en dat het de taak van de therapeut was om deze sfeer te bevorderen’.

Het boek is een beetje langdradig, maar de boodschappen zijn interessant. Mark Epstein benadrukt herhaaldelijk dat de westerse mens zeer emotioneel behoeftig is en zich incompleet voelt, een fundamenteel, chronisch gebrek ervaart. Dat zou volgens hem komen omdat onze eigenwaarde initieel afhangt van de aandacht van twee mensen: onze ouders. Binnen ons maatschappelijk model zijn dat inderdaad bijna de enige personen die echt een stempel drukken op het kind. Als je dan weet dat nogal vaak één ouder ontbreekt binnen dit steeds meer gefragmenteerde model, dan moet je niet verbaasd zijn dat er zoveel gefragmenteerde mensen rondlopen, die bang zijn van hun eigen emoties, niet precies weten wat ze voelen, wat ze willen, alleen weten dat ze iets willen, dat er iets ontbreekt, typisch voor onze tijden zijn de ‘borderliners’.

Mark Epstein noemt dat gevoel, dat gemis, de ‘basale tekortkoming’. Waarschijnlijk helpt het om dat te beseffen en de ouders in zekere zin los te laten als ouders, en te zien als mensen. Daarbij helpt de vertrouwensrelatie die de therapeut opbouwt met de cliënt. Als die hechting correct verloopt, kan de cliënt met een hersteld basisvertrouwen ook in de wereld buiten de praktijkruimte gezondere bindingen aangaan die hem of haar meer voldoening geven.

Het boek had een stuk praktischer uitgewerkt kunnen worden. De voorbeelden zijn vrij ok, de aanpak kon wat beter. Het blijft soms nogal wazig met zaken als ‘het loslaten van een substantieel zelf’. Hoe je dat exact vertolkt naar concrete handelingen in de praktijkruimte, is iets minder duidelijk.

Al bij al, is de meest concrete raad voor therapeuten die in dit boek verborgen zit: schenk je cliënt je onverdeelde aandacht en laat hem of haar helemaal zijn zoals hij/zij is, een mogelijkheid die de cliënt misschien wel voor het allereerst krijgt aangeboden.

Gelezen :: Interviews met depressieve BV’s

depressie met hondJournalist Dirk Tieleman -hoe zou het daar nog mee zijn?- interviewde in 2010 negen bekende Vlamingen uit negen uiteenlopende sectoren over hun ervaringen rond depressie.

De meeste zijn niet al te enthousiast over hun gesprekken met een therapeut of een psycholoog. Sommigen willen niks weten van pillen, maar anderen zijn over pillen net zeer enthousiast. De therapeuten die beschreven worden in het boek pakken het inderdaad verkeerd aan, ze zijn dominant, of ze zijn te veel met zichzelf bezig. Spijtig dat er zo’n types rondlopen, want die geven de rest een slechte naam.

Wat opvalt, is dat de BV’s in het boek depressief werden, omdat ze hun draai niet vonden, door hun omgeving niet erkend werden voor wie ze in essentie waren. Ze zijn niet depressief als ze productief en creatief kunnen zijn en recht voor de vuist kunnen uitkomen voor wat ze echt voelen en denken. Tenzij werkelijk genetisch bepaald, blijf ik met Bob Vansant denken dat depressie vaak een resultaat is van lang opgekropte, genegeerde, niet erkende woede en frustratie. Wie depressief is, protesteert eigenlijk tegen zijn omgeving, tegen de wereld, tegen het leven zelf. Die woede en frustratie op een creatieve, zo eigen en eerlijk mogelijke manier, lijkt mij de weg naar beterschap.

Wie werkelijk wil begrijpen wat depressie is en wat er aan te doen valt, lees overigens beter een ander boek. Tenzij je heel erg fan bent van één of meerdere van de negen BV’s kan je dit boek perfect laten liggen. Het boekje kan wel hoop geven: Depressie is niet voor eeuwig, er is wel degelijk licht aan het einde van de tunnel. Maar daarvoor moet je dat boek nog niet lezen, daarvoor volstaat ook deze blog: Ja, hoe diep je depressie ook is, er is wel degelijk een positieve uitweg. Ja, het stopt ooit een keer. Bezie het als een pc die scant op virussen en zichzelf defragmenteert. Ja, je komt er wel degelijk sterker uit. If you’re going through hell, just keep going!

Een vriend vraagt :: Wat doe ik exact als therapeut?

Mijn mail aan hem:

Stand firm Lincolngoh, wat ik doe als therapeut is moeilijk te beschrijven in een mail. Ik luister, ik accepteer de cliënt zoals hij is, ik vraag de dingen die moeten gevraagd worden, en ik zie het gedrag dat de cliënt tegenover mij vertoont als een spiegel op hoe de cliënt ook in het dagelijkse leven staat, beetje bij beetje laat ik de cliënt zijn eigen leven en gedrag zo waar mogelijk aanschouwen en als hij/zij dan iets wil veranderen, dan werken we daar samen aan. Ik ben hun strijdmakker in de strijd die zij strijden.

Dat je naar een psycholoog gaat, wil absoluut niet zeggen dat er iets mis is met jou. Vaak zit je gewoon in een omgeving die jou niet de prikkels geeft die je nodig hebt. Dat gaat niet over psychische ziekte. Is de maatschappij ziek en moeten therapeuten de mensen die zich vervreemd voelen terug in het gareel krijgen of zijn de cliënten ziek?

Ga je eigen weg, follow your bliss, maak voor jezelf heel goed uit wat je wil in het leven, zelfs als het iets gek is, zelfs als het te groots, te onrealistisch lijkt, wees gewoon eerlijk in wat je wil en ga er vanuit dat je het kunt krijgen.

Zet je zelf een groot genoeg doel, want een klein doel inspireert niet, je doel moet je genoeg aantrekken, want dat geeft energie.

Geluk zit hem in groei, je moet het gevoel hebben dat je vandaag verder staat dan gisteren, als we dat gevoel niet hebben, dan voelen we ons leeg, gefrustreerd, hongerig naar meer,

follow your bliss, zoek uit wat je energie geeft,

De zes menselijke noden:

1. Zekerheid. We hebben enige stabiliteit nodig, enkele zekerheden in het leven, als die er niet zijn, dan zitten we serieus in de problemen
2 Onzekerheid, variatie. Dat is een beetje in tegenstelling met de vorige nood, we hebben naast zekerheid ook onzekerheid nodig, variatie, niet altijd hetzelfde meemaken, nieuwe dingen proeven, zonder dat dat onze zekerheden kapot maakt. Als het conflict tussen 1 en 2 groot is, komt een mens in de problemen.
3. Betekenis. We betekenen graag iets, we willen het gevoel hebben dat we er toe doen, dat we niet nietig zijn, dat we niet waardeloos zijn. Sommige mensen proberen dat te putten uit status, uit een titel, meestal vervolledigt dat niet. De beste betekenis is iets betekenen voor anderen.
4. Groei. Zoals gezegd, mensen willen resultaat, mensen hebben een sterke nood om aan iets te bouwen, aan expansie
5. Bijdrage. De meeste mensen willen iets bijdragen aan een betere wereld, een betere omgeving
6. Verbinding. We willen niet alleen zijn, we willen diepgaande intieme banden hebben met anderen

Als je je niet goed voelt, zit de kans er dik in dat aan die noden niet voldaan wordt.

Heeft zo iemand therapie nodig? Niet per sé, je kan een gebrek vaststellen en aan de slag gaan om dat op te lossen, eventueel via een coach, als de persoon echter duidelijk mentale problemen heeft die deze zes noden steeds weer saboteren, ja, dan is therapie nodig om de neuroses weg te werken, het vermijdende, zelfblokkerende gedrag. Deze zes noden zijn steeds in beweging en in interactie met elkaar. Als deze stroom niet vlot vloeit, dan kan therapie nodig zijn, om de boel weer gesmeerd te krijgen.

Denk dus eens na hoe het zit met deze zes noden. Waar heb je genoeg, waar kom je tekort, wat zou er voor zorgen dat voor jou deze zes noden voldaan zijn?

Kumare kumare kumare :: Vikram Ghandi, de echte fake Goeroe die ons veel kan leren

kumare-1Vikram Ghandi heet hij. Een vrij knappe jongeman, die enige uitstraling heeft. Hij vat het plan op om zich als goeroe te presenteren. On the go vindt hij daar allerlei rituelen en terminologie bij uit. Hij verzamelt een boel volgelingen rond zich, die bijna letterlijk aan zijn lippen hangen en het grote geluk verwachten te vinden in zijn schoot, uit zijn mond, in zijn nabijheid. Behoorlijk maf hoe snel hij een schare loyale fans bij elkaar krijgt.

Het gaat zo snel dat hij er zelf van schrikt. Hun devotie gaat meteen ook zo diep, dat hij niet meer weet wat hij moet aanvangen met zijn invloed. Hij begint zich serieus af te vragen wat hij tegen deze spiritueel behoeftige mensen moet zeggen. Beetje bij beetje begint hij te benadrukken dat wat hij doet maar een flauw kunstje is. Dat heeft echter geen ontluisterend effect op zijn achterban. Integendeel, het versterkt hun geloof in hem.

kumare normaalUiteindelijk ontdoet hij zijn extreme make-over en presenteert hij zich zoals hij in het echte leven is, een gewone jongeman, zonder grote spirituele waarheden zonder onfeilbaar kompas naar het grote geluk of het nirvana op aarde. Slechts enkele volgelingen voelen zich echt in de zak gezet en keren hem de rug toe. De meerderheid blijft geloven dat Vikram over speciale gaven beschikt, hoe zeer hij ook zelf aangeeft dat dit niet het geval is.

Wat kunnen we hier nu uit leren?

-Tijdens de docu valt enorm op dat de volgelingen een diep gevoel van onvolledigheid ervaren. Ze zijn zeer behoeftig en voelen zich incompleet, ze willen vervuld worden, ze zijn op zoek naar een ontbrekend puzzelstukje waarvan ze vermoeden dat het bestaat.

-De aantrekkingskracht van Vikram (of Kumare) is vooral geworteld in zijn aura van volledigheid. Hij komt in tegenstelling tot zijn volgelingen helemaal niet behoeftig over. Hij lijkt aan zichzelf genoeg te hebben, niet wanhopig te zijn en niet speciaal iets te zoeken. Tegelijk staat hij duidelijk wel nog open om dingen te ontvangen, om te leren, om te luisteren. Hij is alleen niet afhankelijk van iets. Dat op zich maakt hem heel erg aantrekkelijk voor mensen die wél wanhopig op zoek zijn. Ze vermoeden dat hij hun dat volle gevoel kan geven. Hetzelfde principe werkt bij rasechte vrouwenversierders, ze benaderen vrouwen, maar ze geven die vrouwen niet het gevoel dat ze niet zonder die vrouwen kunnen, of dat ze een wanhopige nood hebben aan die vrouw. Ze presenteren zich als volledig met of zonder die vrouw.

De belangrijkste les van deze schitterende documentaire over een echte valse profeet, is dus de boodschap die Ram Dass heel goed formuleert: ‘Onze hele spirituele transformatie brengt ons tot het punt waarop we ons realiseren dat we in ons eigen wezen genoeg zijn’.

ram dass 2

Bekijk de documentaire hier:

Leesvoer van een therapeut

Deze boeken heb ik op dit moment van de bibliotheek.

Psychotherapie : de wegwijzer

In psychotherapie : wat het is en wat u ervan mag verwachten

Waar zijn de intellectuelen?

In de spreekkamer van de psychiater

Depressie

In therapie

Stop depressie en zelfmoord in 7 dagen!

De verovering van de vrijheid : van luie mensen, de dingen die voorbij gaan

Reizen zonder John : op zoek naar Amerika

Het gaat geweldig : 100 feiten die u een andere kijk op de wereld geven

Romeinen en barbaren : de ondergang van het Romeinse Rijk in het Westen

In therapie : beschouwingen van psychiater en patiënt

Gratis geld voor iedereen : en nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen

Gedachten zonder denker : psychotherapie vanuit boeddhistisch perspectief

Het intieme uur : liefde en seks in de psychotherapie

De therapeut als clown : randopmerkingen van een gestalttherapeut

De gestalttherapie : tussen toen en straks

Goudmens

Praten alleen is niet genoeg : hoe psychotherapie echt werkt