Kort verslag van ons huwelijk in Slowakije

image1Het begon met huwelijkslessen bij een Slowaakse priester in Brussel.

Toevallig woont hij op wandelafstand van het metrostation waar die terroristische aanslag is gepleegd. Hij was op dat moment echter in Slowakije, en dus ver uit de buurt. Een katholieke priester uit de weg ruimen, hadden ze natuurlijk ‘extra punten’ gevonden…

Ok, eventjes focussen.

We hebben hem uiteindelijk een keer of vijf ontmoet voor huwelijkslessen. Drie afspraken waren formeel, de andere keren was het informeel.

De priester was jong, en openhartig. Ruimdenkend, maar niet al te erg. Hij zei dat hij tolerant was, tot op een bepaalde grens. Sommige zaken tolereerde hij niet. Ik neem aan dat ik meer tolereer dan hij of zelfs mijn diepgelovige echtgenote, maar goed. Ik hou van mensen die zichzelf goed kennen. Hij zei ook dat hij eigenlijk nooit priester had willen worden. Hij had liever een gezin gehad. Het ging om een echte roeping dus. God had andere plannen met hem.

We ontmoetten hem in een voorkamertje van een vrij groot huis in een rustige, tamelijk verzorgde buurt van Brussel. Niet ver van het plein met een standbeeld van Ambiorix, en niet ver van de gebouwen van de Europese Unie. Die buurt houdt men natuurlijk proper.

Nogal psychologisch

De informatie die we kregen was niet zozeer religieus van aard als wel psychologisch onderbouwd. De saus was natuurlijk op en top christelijk. Tot mijn verbazing noemde hij vaak bekende niet-academische psychologieboeken, zoals ‘the road less travelled’ van Scott Peck of ‘the seven habits of highly effective people’ van Steven Covey.

Wat heb ik onthouden van die lessen? Sja, dat verliefdheid geen basis is voor een huwelijk, want dat vervliegt toch altijd. Duh… Dat een relatievorming begint met feestelijk dansende hormonen, maar dat een koppel dan door de woestijn moet. Er ontstaat een gevecht waarin de twee partners die eerst dolverliefd zijn opgelost in een roze wolk, terug hun individualiteit uitschreeuwen. We zijn meer dan vijf jaar samen, dus we zijn al door de woestijn. Ik ga hier direct eens van mijn thee drinken, zie.

We hebben vier van die vijf jaren doorgebracht met 1200 kilometers tussen ons in, dus dat het niet louter om verliefdheid gaat, weten we ook al. We krijgen ook nog te horen dat seksualiteit tot creativiteit leidt. Hoezee! Misschien dat ik als schrijverke dan daarom zo’n verdacht hoog libido heb. Ik heb er anders geen verklaring voor, want ik vertoon verder geen tekenen van bovengemiddelde testosteronniveaus…

Hij doelt natuurlijk op monogame seksualiteit of zoals ik dat zie: een monnikenleven met een hongerdieet met één uitzondering in het celibataire bestaan. Hij heeft het ook nog over wat een christelijk huwelijk nu eigenlijk onderscheidt van andere huwelijken. Als ik het mij goed herinner is het grote verschil, dat het hoofddoel van zo’n christelijk huwelijk het dienen van Jezus Christus is, en niet zichzelf of elkaar. Het is natuurlijk wel de bedoeling om elkaar gelukkig te maken en te focussen op de ander, maar Jezus komt daar dan blijkbaar nog boven. Ik vond al dat wij in bed steeds door iets of iemand bespioneerd worden. Nee, totaal niet.

Uiteindelijk krijgen wij een oorkonde die aangeeft dat wij de lessen doorlopen hebben. De priester reageert ietwat beschaamd als hij ontdekt dat ik als therapeut werk. ‘En ik zit over al die psychologie te praten! Ik vond al dat jullie het meeste al kenden!’

En ik kreeg nog complimenten over mijn Slowaaks ook. Mijn anerkennungssuchtig ego had eigenlijk geen klagen over de ervaring. Het enige moment waarop ik mij enigszins moest inhouden was toen hij zei dat de Kerk heel veel had gedaan om de heidense literatuur te redden. Sure… Ik meen dat de katholieke kerk verantwoordelijk is voor de grootste boekenverbranderij en beeldenstorm in de geschiedenis. De priester in Erembodegem zei tenminste zelf dat de Kerk in het begin eigenlijk geopereerd heeft als ISIS vandaag. Maar die man stond op een aantal maanden van zijn pensioen en die durfde al eens iets gewaagds zeggen.

Soit, we hebben les gekregen, en ik vond het best interessant. Een paar miljard keer interessanter dan naar wielersport kijken bijvoorbeeld. En het was allemaal in ’t Slowaaks, dus dat was dan weer gratis taalles. Nee, ik begin aardig goed te worden in het positieve van dingen te zien.

Achteraf hebben we hem een fles Berghop gekocht, een bier dat alleen in Erembodegem te verkrijgen is en daar ook lokaal gebrouwen wordt. Tot onze verbazing pakte hij ons mee naar zijn eigen vertrekken, en daar hebben we dan samen dat bier uitgedronken. Nou ja, Zuzana en de priester hebben gedronken. Ik drink hoogst zelden alcohol, dus ik hield het bij kraantjeswater.

Ik vermoed dat de man eenzaam was, Slowakije miste -België beviel hem niet, omwille van de kilte van de menselijke relatie aldaar-, en Zuzana aantrekkelijk vond. Niets van dat neem ik hem kwalijk.

The wedding planners

Los van bureaucratische complicaties hebben we het daarna qua organisatie heel gemakkelijk gehad. Mijn Slowaakse ouders -ik hou niet zo van het woord ‘schoonouders’- hebben alles georganiseerd. Ze hebben wel onze mening gevraagd. Het was echter aftasten wat zij precies wilden en in hoeverre we hun daar in tegemoet wilden komen. De vader wilde bijvoorbeeld overduidelijk dat we er het gebruikelijke ritueel van Čepčenie bij lapten. Een woord dat ik eigenlijk niet direct kan vertalen. Ik houd zelf absoluut niet van die volksdansjes en de traditionele klederdracht zegt me ook niks. Vrouwelijke mode kan me vóór de uitvinding van de minirok eigenlijk gestolen worden. Als ik het goed begrepen heb, komen een aantal meisjes rond de bruid dansen en proberen enkele mannen haar af te snoepen. Ze moet dan een aantal keer nee zeggen en dan uiteindelijk blijft ze bij de echtgenoot. Volgens Zuzana is het voornamelijk een geweldige marketing truc waarbij dansgroepjes zich specialiseren in dit ritueel en goed hun boterham verdienen… Nee, bedankt.

Iets van traditionaliteit moest er echter zijn, want de vader begon nogal lijkbleek te worden. Ook omdat ons feest naar zijn uitbundige Slavische normen veel te klein was, met veel te weinig genodigden (een stuk of 40). Wat we dus wel laten doen hebben, is dat voor het feest aanving, de ober van dienst een bord kapot sloeg. De man moet dan vegen, en de vrouw moet de scherven opvangen in een stofblik. Het aantal scherven dat nog op de grond blijft liggen, staat gelijk aan het aantal kleinkinderen dat de ouders mogen verwachten.

Waar ik niet op had gerekend, is dat ze een slechte borstel geven, zo’n echt oude bezem. Waar ik nog minder had op gerekend is dat de vrienden op het stofblik komen schoppen als het eindelijk vol is. En dat doen ze herhaaldelijk. Tof! Ook de omstaande vrouwen schoppen de scherven in het rond.

Anyway, de balans: we krijgen vier kinderen. Mijn schoonvader hield de vier scherven op zak en toonde ze later nog vaak aan de gasten.

Vier kinderen dus, dat is exact genoeg om het bordspel Axis en Allies te spelen, en een speler te hebben voor de Soviet-Unie, de Duitsers, de Engelsen, de Amerikanen en de Japanners. Yes!

Ik meen ook dat je een serieus belastingsvoordeel hebt vanaf vier kinderen, maar dat moet ik eens navragen bij een goede vriend die op de belastingen werkt. Ja, ook een belastingscontroleur heeft vrienden. Er is hoop voor iedereen.

Om nog iets korts te zeggen over het logistieke deel van het feest: onze Slowaakse ouders hebben dus werkelijk alles geregeld. De eigenaar van het complex waar het feest doorging zei: ‘Ik heb nog nooit meegemaakt dat ik een heel huwelijksfeest via email regel.’ Normaal keurt de bruid elk hoekje en kantje van de feestzaal en het gastenverblijf. Wij zijn voor het feest niet eens ter plaatse geweest. Deels omdat we nu eenmaal honderden kilometers van de plaats van de feestelijkheden wonen, deels uit luiheid, en deels omdat de ouders nogal duidelijke gedachten hadden over hoe het feest moest verlopen en wij niet ambetant wilden doen door allerlei ‘gekke’ dingen te doen. Gezelschapsspellen spelen werd me namelijk al verboden, dus wat ik verder nog in gedachten had, was al helemaal uit den boze. En een veganistisch huwelijksfeest kan je anno 2016 in Slowakije niet maken als je een goeie verstandhouding wil bewaren met je gasten.

Wat is er Slowaaks aan?

Naast dus het kapotslaan van het bord, waren er nog wel wat Slavische elementen. Ten eerste bleef ongeveer de helft van de gasten na het feest slapen in het complex waar het feest plaatsvond. In België doen we dat niet, ik heb dat toch nog nooit gehoord.

Al de drank stond bij aanvang uitgestald op een tafel in de zaal. Voor een Belg is dat gruwel, want ook al het Belgische bier stond op die tafel. Slowaken blijken hun bier dus liever lauw te drinken, ik heb dat hier al vaak gemerkt. De gangen van het eten volgen elkaar veel sneller op dan bij ons. Ik heb zelden zo’n snelle bediening gezien, en er was maar één serveuse.

Er werd niet per se meer of minder gegeten dan op een Belgisch feest, maar er waren wel absurde hoeveelheden taartjes en koekjes. Na afloop van het feest krijgt iedereen een fles witte wijn mee en een grote doos vol gebak. Dat mag absoluut niet overslagen worden. Wie naar huis gaat zonder, krijgt de volgende dag nog thuis bezoek om de koeken en de fles alsnog in ontvangst te nemen.

De kerkdienst is nog steeds een zeer big deal in Slowakije. Op het feest werd nog zeer enthousiast nagepraat over de preek van de priester. Een fenomeen dat ik in België nog nooit heb waargenomen. De preek ging over ijsschaatsen. Met name over een winnend Olympisch duo waarmee we vergeleken werden. Zo geweldig origineel is dat niet, maar voor een priester en een preek is het natuurlijk speciaal, dus iedereen was laaiend enthousiast.

Ook deze priester was overigens duidelijk aangetrokken tot Zuzana, want hij moest me na afloop in het oor kunnen fluisteren wat voor een mooie echtgenote ik heb. En ook daarvoor had hij dingen gezegd die in die richting gingen.

Nog voor iedereen in de kerk plaatsneemt, vliegt men al vlot in de drank trouwens. Men duidt twee jongemannen aan die shotglazen en drankflessen krijgen en daarmee bij iedereen rondgaan. Mijn eigen moeder had bijvoorbeeld al twee shots binnen voor de plechtigheid begon. Twee jongedames gaan rond met de onvermijdelijke bergen aan taartjes. Ik heb er zelf geen enkel geproefd, want ze zijn veel te zoet. Als ik één ding beter vind in België zijn het onze bakkers.

O ja, we gingen naar de mis in een oude Lada. Deze was versierd met de Slavische kleuren, blijkbaar om mij een plezier te doen, omdat ze weten dat ik die kleurencombinatie graag zie. Het is de kleurencombinatie van mijn studententijd. Men heeft hier echt zijn best gedaan om het mij naar de zin te maken, moet ik zeggen. Er was eigenlijk niks dat me stoorde. Achteraf vond ik het zelfs zo’n geslaagd feest, dat ik het toch nog spijtig vond dat ik geen enkele van mijn niet-Slowaakse vrienden had uitgenodigd, op beste makker Benjamin na dan. Maar die is al behoorlijk Slowaaks.

Om helemaal precies te zijn hier: een boel van onze Belgische vrienden dachten dat zij uitgenodigd waren, maar waren bijna allemaal verhinderd. Dat komt omdat men in Slowakije een aankondiging stuurt (‘oznamenie’) die niet hetzelfde is als een uitnodiging. Zuzana was zo ijverig geweest om zo ongeveer de hele contactlijst van VZW Don Ki Chod een ‘oznamenie’ te sturen. Hetgeen velen als een uitnodiging zagen.

In Slowakije zet je trouwens op de aankondiging of de uitnodiging niet je bankrekeningnummer zoals dat in België de gewoonte is…

Zonnige, vlekkeloze dag, eerlijk waar 

Op weg naar de mis kwam zeer toevallig net ‘the kids aren’t alright’ van The Offspring op de radio. Onze neef reed en die draaide het volume open. Onze nicht, een roodharige rock chick die ik voor het eerst op hoge hielen en in een nauwsluitende, roze baljurk zag, paste wonderwel bij de scène.

Daarna stond de fotograaf ons op te wachten. Tot ieders verbazing zijn we elkaar meteen beginnen tutoyeren. Dat gebruik van ‘u’ en ‘je’ hier in Slowakije is toch nog altijd een zwaar beladen issue. Ik houd zelf helemaal niet van vousvoyeren. Ik ben altijd reuzeblij als iemand zegt dat we kunnen overschakelen op ‘tykanie’. En wie toch een heel gesprek in de u-vorm blijft voeren, verliest punten, moet ik zeggen.

Twee uur duurde die fotoshoot. Met mijn bijzonder lage vervelingsdrempel (ik noem het zo, want ik geloof niet in ADD of ADHD, dat bestaat alleen om pilletjes te verkopen) begon ik de appelboomgaard van de priesters te plunderen. Kleine, eetbare appeltjes. Op bevel van de priester zelf zijn we ook op de trampoline gekropen. Ja,er staat een trampoline in de tuin van de priesters, je moet ze iets gunnen om ook eens van de grond te gaan. Wat dat voor foto’s oplevert, weet ik nog niet. Er zijn nog geen foto’s klaar.

Ook zeer Slavisch of christelijk was het ritueel vóór we naar de kerk trokken. De ouders vergeven dan de kinderen en geven hun zegen. De vader hield zijn hand boven ons hoofd en sprak geijkte formules uit. Zowel mijn moeder als mijn Slowaakse moeder begonnen hier bij al te wenen. Wenen deden ze ook later nog, in nog redelijk beperkte mate, deels door dehydratatie.

Het feest ging door tot half vier ’s ochtends, en dan ging iedereen slapen in de hotelkamers boven de feestzaal. We ontdekten ’s ochtends aan het ontbijt dat de hotelkamers op één vlak vervloekt zijn: niemand had enige geslachtsgemeenschap in het gebouw, tenminste niet tijdens of in de nacht na het feest. Dat wees enige navraag uit, een onderzoekje dat mijn toekomstige schoonbroer, het lief van mijn schoonzus, uitvoerde tijdens het ontbijt. Iedereen was te uitgeteld van het feest. De dansvloer was namelijk intensief bezet. Ik ben een notoir dansweigeraar tenzij ter dienste van een komische sketch, maar in Slavisch gezelschap ontsnapt niemand aan de feestvreugde.

Ik moest ook nog geblinddoekt uit een rij vrouwen kiezen welke de mijne was, door enkel de linkerhand van de dames af te tasten. Ik was content, want ik kon na veel twijfelen toch de juiste uitkiezen.

Zuzana kreeg een nog ietsje plezantere opdracht. Zij moest geblinddoekt de juiste kont uitkiezen uit een rij jongemannen. Ze koos de verkeerde, de knapste van mijn kontcurrenten, dus eigenlijk kan ik daar mee leven.

Met name mijn tekenaar, Dieter Walckiers, had zeer genoten van dit feest. Alsook zeer vermoedelijk, Rudi, Marianne, Patrick, Wouter, een historicus zonder oogkleppen, enz enz enz, maar ik heb de gastenlijst uit vrees voor mijn eigen onfeestelijkheid bewust beperkt gehouden. Alweer een inschattingsfout, want volgens Zuzana leef ik juist helemaal op tijdens een feest. Dus dat ik niet van feesten houd, is weer zoiets dat ik mezelf wijsmaak.

En zo leer je toch altijd wel iets bij.

PS

De openingsdans was een combinatie van twee liedjes. Eerst ‘Stand by me’, gecoverd door The Searchers en daarna volgde ‘All Apologies’ van Nirvana. Hetgeen tijdens de voorbereiding tot nogal wat discussie leidde, omwille van de lijn ‘married, buried’ en zo, maar uiteindelijk kwam er dan toch groen licht, hetgeen me verbazend erg ontroerde, zeg.

PPS

Het werkje op de foto is een handgemaakt geschenk vanwege Majka, het lief van Benjamin, mijn getuige.

Verknocht zijn aan Slowakije :: Once you go Slovak you never go back

Ik werd onlangs geïnterviewd over mijn band met Slowakije. Hier leest u de integrale versie.

brat i bratHoe ben je in Slowakije beland? Kan je dit wat toelichten?

Ik heb Oost-Europese talen en culturen gestudeerd, met de nadruk op Sloveens en Russisch en ook wat Bulgaars. Zo ongeveer twee jaar nadat ik was afgestudeerd, kwam ik via Benjamin Bossaert, de docent Nederlands aan de universiteit van Bratislava en een echte expert in alles wat Slowakije aanbelangt, te weten dat er twee interessante jobmogelijkheden waren. Er was een positie vrij bij de Nederlandse ambassade te Bratislava. Tegelijk had de universiteit van Ruzomberok een docent Nederlands nodig. Benjamin Bossaert vermoedde dat de twee jobs te combineren waren als ik dat zou voorstellen op de sollicitatiegesprekken en hij had gelijk. Ik kreeg op voorspraak van Benjamin de beide jobs en ik verhuisde naar Slowakije. Het was wel verdraaid spannend om te scheiden van Gent, een stad waar ik op dat moment aan verknocht was. Gelukkig had Bratislava me heel snel in haar ban. Ik zeg haar, want zo’n charmante stad moet vrouwelijk zijn.

Je werkte bij de Nederlandse ambassade. Hoe zag je takenpakket er uit?

Ik was initieel aangenomen als archivaris, wat op zich wel interessant was, maar na een maand of zo werd het veel spannender toen de ambassadrice mij vroeg om Politiek Officier aka Public Diplomacy Officer te worden. Normaal moet een Slowaak die positie invullen, maar ze vonden niet meteen iemand. De persoon die de job had gekregen, liet op het laatste moment weten dat hij toch liever niet van job wilde veranderen. Normaal moet een native speaker Slowaaks deze job doen, omdat je veel moet netwerken en je moet ook de Slowaakse media volgen en Slowaken uitnodigen en ontvangen op de ambassade. Ik had nooit Slowaakse lessen gekregen, maar Slowaaks lijkt wel een beetje op Sloveens, dus ik had een aanknopingspunt.

Mijn voornaamste taak bestond er uit om alle mogelijke experts rond Roma zigeuners uit te nodigen en te bevragen. Slowakije heeft een half miljoen Roma, vooral in het oosten van het land, en daar zijn veel uitdagingen rond, qua werkloosheid, armoede, enzovoort. Ik schreef ook als ghost writer de blog van de ambassadrice. Het archief up to date houden, werd plots een pak minder interessant toen ik dat onderzoek naar de situatie van de Roma moest doen!

Je deed bij de ambassade onderzoek naar de situatie van de Roma. Heeft dit onderzoek iets concreets opgeleverd? Of kwam je tot bepaalde inzichten?

Dat heeft geleid tot een verslag aan Den Haag. De conclusie was dat het probleem niet op te lossen valt voor deze generatie, noch voor de volgende, dat er in het beste geval drie generaties moeten over heen gaan. Er waren enkele voorbeelden van kleinschalige projecten die zeer goede resultaten boekten. Het beste voorbeeld was een dorpje waar men Roma gestadig beloonde voor goed gedrag. Als ze een kind regelmatig naar school stuurden, kregen ze extra steun. Als ze regelmatig werkten en konden aantonen dat ze konden sparen, konden ze uiteindelijk in een mooie woning in het centrum van het dorp komen wonen, in plaats van de vaak afgeleefde wijken waar de Roma vaak verzeild raken.

De Roma zagen zeer concreet hoe enkelen hun situatie zichtbaar verbeterden, en volgden dan het goede voorbeeld. Helaas was dit een zeer beperkt project en zagen we veel voorbeelden van dure projecten die tot niets leidden. Een van de ergste voorbeelden was een nieuwe appartementenblok waar Roma zeer goedkoop zouden kunnen huren. De verwarming was echter enkel mogelijk via elektrische kachels wat tot zeer hoge energierekeningen zou leiden. Geen enkel Roma gezin is er in getrokken. De appartementen zijn uiteindelijk verkocht voor een symbolische euro aan niet Roma gezinnen die veel schade hadden geleden bij een grote overstroming. Het geld dat in het project was gekropen, stond wel officieel in de statistieken met geld dat is uitgegeven om de Roma te helpen. Een van de gevolgen is dat de Slowaken denken dat er heel veel geld naar Roma gaat, maar dat de situatie niet verbetert en dat dus wel de schuld moet zijn van die zogezegd onwillige Roma.

Er zijn inderdaad Roma die niet willen veranderen en echt grote problemen veroorzaken, maar de rest die wel mee wil, is daar dan het slachtoffer van. Tijdens het onderzoek bleek ook dat de Roma onder het communisme een heel goed leven hadden gehad, want ze kregen hun basisbehoeften, en verder hoefden ze niks.

Ook bleek erg opvallend dat er in Slowakije heel veel organisaties zijn die perfect in kaart hebben gebracht wat de problemen zijn en wat er precies aan te doen valt. De oplossingen kosten echter geld en geen enkele politicus krijgt verkocht dat er ‘nog meer’ geld moet naar Roma. Ook bleek dat Roma op school vrijwel systematisch in het buitengewoon onderwijs terechtkwamen. Dat maakt echter deel uit van de gewone secundaire scholen, dat wordt niet georganiseerd op aparte scholen zoals bij ons. De Roma hadden vaak wel van thuis uit enige leerachterstand, maar ze waren daarom niet zwakbegaafd. Toch werden ze zo behandeld. In de praktijk leidde dit tot een soort segregatie in de scholen, met Roma kinderen in aparte lokalen, en de ‘blanke’ Slowaken in andere lokalen. Een extra moeilijkheid bij dit probleem was dat de secundaire scholen extra subsidies kregen voor kinderen die zogenaamd buitengewoon onderwijs nodig hadden…

Tijdens het onderzoek trok ik samen met Benjamin ook naar Lunik IX in de stad Kosice, dat is een echt getto. De Slowaken verklaarden ons gek en dachten dat we daar zeker een ziekte zouden krijgen. We werden niet ziek, maar kwamen wel in een heel aparte wereld terecht. De bus in Kosice stopt bijvoorbeeld automatisch overal, maar voor de halte van Lunik IX moet je echt bellen. Geen enkel gebouw heeft daar nog ramen, want de Roma verkopen het glas. Er werd mij gezegd dat de leerkrachten in het schooltje van Lunik IX op een bepaald moment met maskers voor hun mond les gaven, omdat de leerlingen zich niet konden wassen. Niet omdat ze niet wilden, maar omdat er minstens een tijd geen stromend water was. Slowaken verklaarden ons dus gek, omdat we daar heen gingen. Nochtans hebben we in dit getto rustig kunnen rondlopen en heeft niemand ons lastig gevallen.

Ik moet wel zeggen dat ik in Slowakije anders wel zeer vaak word staande gehouden door Roma die om geld vragen. Zelf heb ik geen gevallen van agressie meegemaakt, maar ik heb wel veel verhalen gehoord over Roma die agressief reageren als ze in groep zijn. Ik merkte bij collega diplomaten ook dat ze de kwestie rond Roma beu waren. Zo zei een Franse diplomate in de wandelgangen tijdens een conferentie over Roma: ‘Ik hou het voor bekeken, over die Roma hoor ik al jaren hetzelfde verhaaltje en er verandert niks’. Ik vrees dat mijn rapport aan Den Haag helaas ook geen sikkepit zal veranderd hebben.

Mijn ambassadrice, Daphne Bergsma, was antropologe van opleiding, en begreep heel goed de situatie. Een verhaal van politieke onwil, vooroordelen, projecten die met de beste bedoelingen beginnen, maar stoppen als er geen subsidies meer komen, de Roma die zelf soms te zeer inspelen op de clichés Roma hebben de naam om fantastische muzikanten te zijn, wat vaak klopt, maar je kan natuurlijk niet van 500.000 Roma allemaal violisten maken, toch kan je naar geen enkele Roma conferentie gaan, of net dat aspect wordt in de verf gezet.

Heel spijtig is dat er veel NGO’s zijn die de situatie goed snappen, maar toch gebeurt er weinig. Op dat moment was de Slowaakse eerste minister zelfs een sociologe die echt een grote deskundige was op vlak van Roma. Ook zij, Iveta Radicova, deed weinig aan dit probleem. De NGO’s waren daardoor extra gefrustreerd, omdat men net dacht dat zij wél allerlei maatregelen zou treffen. Maar de Slowaakse politicus die te zeer als de vriend van Roma overkomt, pleegt eigenlijk regelrechte politieke zelfmoord, en dus verandert er weinig.

Onder Slowaken leeft ook veel frustratie, omdat ze het gevoel hebben dat er juist heel veel gedaan wordt voor Roma, maar dat de Europese Unie het nooit genoeg vindt. Op papier krijgt men makkelijk een verkeerd beeld van de situatie, zo’n onderzoek doe je echt het beste door zelf ter plaatse te gaan kijken. Mijn ambassadrice deed dat ook echt, misschien vanuit haar achtergrond als antropologe.

Je schreef ook als ghost writer de blog van de ambassadrice. Waarover ging die blog precies? En was het moeilijk om in naam van iemand anders te schrijven?

Dat ging eigenlijk heel vlot. Ik schreef over de prioriteiten van Nederland in Slowakije en dat soort dingen. Dat ging onder andere om hernieuwbare energie, anti-corruptie, minderheden (vandaar het onderzoek naar Roma) en holebirechten. Ik moest ook deelnemen aan de jaarlijkse conferentie rond internationale veiligheid, GLOBSEC, heet dat. Je komt er de vreemdste figuren tegen. Zo zat ik op een bepaald moment naast een Amerikaanse werknemer van General Electric, die een zeer enthousiast promopraatje maakte over de Abrams main battle tank. Alsof de Nederlandse ambassade ook maar in de verste verte middelen of interesse had om tanks te kopen! Ook werd een ietwat dronken diplomaat uit Azerbajdzjan nogal loslippig. Die was apetrots dat zijn land een waanzinnig deel van het BNP in wapenaankopen stak. Hij zei letterlijk: ‘Van zodra de Russen hun basis in Yerevan ontruimen, vallen we Armenië binnen’. Nog even later deed hij nog een diplomatieke uitschuiver door vice-ambassadrice (chargé d’affaires om helemaal correct te zijn) eigenlijk belachelijk te maken omdat de dienstauto van onze ambassade niet luxueus genoeg was. Zo’n dingen mocht ik natuurlijk niet op de blog zwieren, maar al dat soort info werd wel netjes verzameld in verslagjes in het archief. De blog moest vooral leuke info geven over de relaties tussen Slowakije en Nederland. Als er bijvoorbeeld een Nederlandse roman werd vertaald in het Slowaaks, dan mocht dat op de blog. Of als de ambassadrice een Nederlands bedrijf bezocht in Slowakije. Een interview met een Slowakije kenner mocht ook. De blog bestaat niet meer, denk ik. Maar dat interview is wel overgenomen op de site van Abram Muller. De blog was in het Engels: https://www.abrammuller.nl/en/work/who-is-abram-muller/

Waar woonde je precies in Slowakije. Kan je wat meer over deze stad vertellen?

Ik woonde in Bratislava. Een stad die echt in opmars is. Het is de hoofdstad van Slowakije en ligt vreemd genoeg helemaal niet in het centrum van het land. Het ligt in een hoek, dichtbij twee andere hoofdsteden, Wenen en Boedapest. De trein is spotgoedkoop, dus ik kwam zo ook vaak in twee andere interessante steden. Om die reden gonst het in Bratislava altijd van toeristen die vaak een trip langs drie hoofdsteden maken. Bratislava is zo’n stad die na het communisme zichtbaar herleefde. Heel veel jonge kunstenaars en ondernemers maken er een hippe stad van, vol originele plekken.
Mainstream ketens die je in principe overal vindt, zijn er nog niet en masse neergestreken, dus je hebt echt het gevoel dat je ergens helemaal anders bent. Je hebt wel enkele shoppingspaleizen met veel glitter en glamour, maar die liggen buiten het historische centrum. Slowaken zijn harde werkers, maar ze houden tegelijk nog vast aan een strakke dagindeling. Rond de middag moet een Slowaak gewoonweg soep hebben bijvoorbeeld. Slowaken hebben echt veel typisch Slowaakse rituelen die fascinerend zijn. Ze gaan ook nog steeds naar de kerk. In Bratislava kan je kerken zien die propvol zitten, met ook lange rijen mensen buiten aan de kerkpoort. Bratislava ligt ook langs de Donau en dat geeft natuurlijk een zeer aparte sfeer. Langs de rivier zijn erg veel trendy restaurantjes die de moeite waard zijn. En het is er naar Slowaakse normen best prijzig, maar naar Belgische normen is het er nog steeds erg goedkoop.

Was het een andere manier van werken dan in België? In welke zin?

Slowaken hebben wel degelijk een andere mentaliteit. Ze zijn ontzettend vriendelijk en helpen je graag, maar ze tonen zelf weinig initiatief. Onder de jongeren is dat zeker aan het veranderen, maar de mensen die het communisme hebben meegemaakt, durven vaak hun mening niet goed zeggen, en kunnen soms moeilijk inschatten wat er precies van hen wordt verwacht. Onder het communisme werd er vaak niet veel meer van hen verwacht dan dat ze aanwezig waren. Dat was extra duidelijk door het contrast met de Nederlanders op de ambassade die helemaal niet zitten te wachten op richtlijnen, Nederlanders zijn zeer zelfredzaam. Het communistisch verleden werpt zo nog wel een beetje een schaduw op de werkvloer. Maar onder de jongeren is dat zeker helemaal aan het veranderen.

Je gaf ook les aan de universiteit.

Ik gaf Nederlandse taalverwerving. Je kan je geen grotere schatten van studenten indenken dan Slowaakse! Ze zijn ontzettend vriendelijk, storen nooit de les en hebben enorm veel ontzag voor hun leerkrachten. Het enige minpuntje is de keerzijde van die medaille: ze durven bijna nooit antwoorden op vragen en zijn in de les nogal afwachtend. Maar verder zijn ze een bijzonder dankbaar publiek om les aan te geven. Ze scheppen ook graag een gezellige sfeer en nemen je zelfs na de les graag mee naar de markt of naar een koffiehuis.

Waar heb je in het begin het meest moeten aan wennen?

Het verkeer. In Slowakije stoppen auto’s vaak niet als je al op het zebrapad bent. Je moet het ook niet in je hoofd halen om er te gaan fietsen. Slowaakse chauffeurs geven vaak zelfs gas en rijden om je heen terwijl je halverwege een zebrapad staat. Bizar genoeg zijn Slowaken in het openbaar vervoer dan weer extreem hoffelijk. O wee als je in de bus of de trein je plaats niet afstaat aan een bejaarde. Terwijl dat bij ons toch niet altijd zo vlot gebeurt. Zoals ik al vermeldde, was de Slowaakse absolute nood aan soep rond de middag wat bevreemdend. Ook het diepe katholieke geloof van Slowaken was in het begin erg vreemd voor mij. Mensen bidden soms echt nog bij elke maaltijd. Ik hoor er ook bijna nooit een gesprek waar op een of ander moment niet gesproken wordt over een priester, de kerk, of de mis. Bij momenten is dat niet te begrijpen.

Wat vond je leuk in Slowakije en waaraan ergerde je je?

Irritant was het verkeer. Zeer vervelend waren de macho’s die je soms ziet in het straatbeeld. Abram Muller doopte hen ‘de karpatenkoppen’. Ze zijn zeer intimiderend, zien er allemaal eender uit, een beetje zoals een kruising tussen een bodybuilder en een skinhead en ze zijn soms verbaal agressief en uitdagend. Soms was het ook vervelend dat Slowaken -vooral de mannen- verwachten dat je mee alcohol drinkt. Vaak kreeg ik een uitnodiging om op café te gaan en dan zei ik: ok, maar vanavond drink ik wel geen alcohol, en dan kreeg ik als antwoord: ‘Ok, laat ons dan morgen op café gaan!’ Slowaken zijn ook zeer conservatief en homo’s zijn er nog steeds een beetje taboe. Vooral over homokoppels die adopteren hebben ze de meest rare ideeën. Ze gaan er vanuit dat als een homokoppel kinderen adopteert, die kinderen dan ook zeker homo worden… Dat vond ik soms irritant, want ik heb genoeg vrienden die homo zijn, en de clichés die nogal wat Slowaken geloven, houden natuurlijk geen steek.

Zeer leuk was de gezelligheid die Slowaken scheppen. Ze zijn zeer samenhorig, en kunnen echt een feestje bouwen op een zeer spontane manier. Ze laten zich ook zelden opjagen en houden aan een vast ritme, met vaste tradities. In het begin ergerde ik mij aan wat ik bijna een soort Pavloviaans gedrag vond, maar al snel begon ik het erg te appreciëren. Slowaken appreciëren echt de kleine dingen in het leven en ik meen echt dat ze vaak gelukkiger zijn dan Vlamingen en Nederlanders, onder andere omdat ze hun vriendschappen heel intens onderhouden en ook hun familiebanden vaak heel erg waarderen. Misschien komt het ook weer door de naweeën van het communisme dat ze zelden echt gefixeerd zijn op carrière maken. Het zijn goeie werknemers, maar ik heb toch vaak de indruk dat hun werk niet op de eerste plaats komt, maar dat familie, kinderen en gemeenschapsleven prioritair zijn, vooral als ze gelovig zijn, en zoals gezegd, zijn veel Slowaken nog echt gelovig.

Merkte je bepaalde cultuurverschillen op?

O ja, het levensritme is er anders. Het geloof neemt er een zeer centrale plaats in, zowel in media en de politiek als in het dagdagelijkse leven. Slowaken hebben ook echt andere prioriteiten. Ze lijken meer de focus te leggen op kleine dingen. Dat merk je zelfs in de taal, want ze maken van alles verkleinwoorden. Ze zijn bijvoorbeeld ook niet zo gefixeerd op het kopen van een huis, zoals Vlamingen dat vaak zijn. Slowaken hebben ook de grappige neiging om hun eigen land te bespotten. Ze hebben zo’n beetje een collectief inferioriteitscomplex ten opzichte van alle omliggende landen, vooral tegenover de Tsjechen. Ze klagen steeds dat de Tsjechen neer kijken op hen, maar tegelijk beweren ze zelf dat in Tsjechië alles beter is dan in Slowakije. Iets wat dus helemaal niet klopt, want Slowakije is een prachtig land met heel wat troeven. En zoals Abram Muller altijd zegt: Als er ooit een kernoorlog uitbreekt, is Slowakije één van de weinige landen die dat zal overleven, want het land is goed verscholen, onbekend en geen mikpunt op de internationale agenda.

Hoe zag je vrije tijd eruit?

Ik heb nog nooit in mijn leven zo vaak op café gezeten als in Slowakije… Ik meen serieus dat ik in de eerste drie maanden die ik Slowakije was, al meer alcohol gedronken had dan in tien jaar in België. Dat had af en toe zijn charme, maar na een tijd gingen Benjamin Bossaert en ik zelf toch allerlei excuses verzinnen om niet te moeten mee drinken. Vooral als Slowaken een drankje dat slivovica heet bovenhalen (een soort pruimenwijn die ze vaak zelf stoken) maak ik mij liever zo snel mogelijk uit de voeten, want wat mij betreft, smaakt het alsof je rot fruit eet en dan je keel in brandt steekt.

Heb je leuke anekdotes?

In het begin vertrouwde ik vooral op mij kennis Sloveens om mij verstaanbaar te maken bij de Slowaken. Af en toe lijken de woorden op elkaar en heel soms gebruiken ze hetzelfde woord voor iets. Op een bepaald moment, ik ben vergeten in welke context precies, zeg ik tegen een Slowaak dat mijn buurvrouw vier kinderen heeft, maar dat dat naar Belgische normen wel veel is, dat twee kinderen hebben typischer is. De man kijkt mij plots zeer vreemd aan en vraagt wat die kinderen precies doen. Ik zeg dat ze naar school gaan. Dat vindt de man blijkbaar zeer abnormaal. Hij blijft vragen stellen en raakt echt een beetje over zijn toeren. Uiteindelijk blijkt dat Sloveense woord voor kind (otrok) in het Slowaaks ‘slaaf’ betekent. Die man was blij te horen dat het voor Belgische gezinnen NIET typisch is om twee slaven te hebben.

Je woont nu in België, heb je iets over gehouden van je verblijf in Slowakije?

Als lector Nederlands werd ik op slag verliefd op mijn studentes. Het bleek gelukkig dat de aantrekking wederzijds was. Ik was echter bang dat het tegen de regels van de unief was om een relatie te hebben met een studente. Ik trok mijn stoute schoenen aan en vroeg aan mijn baas of dat eventueel mocht. Hij zei: ‘ja, tuurlijk mag dat. Wil je graag een kopie van haar dossier? Dan weet je alles over haar, van haar lagere school tot nu!’ Ik heb het dossier beleefd geweigerd, maar vier jaar later zijn we wel verloofd. Volgende zomer trouwen we in Slowakije.

Ik woon inderdaad terug in België, maar ben nog heel vaak in Slowakije. Samen met Benjamin Bossaert werken we aan vertalingen van Slowaakse romans en kortverhalen. Ik blijf met veel plezier Slowaaks leren, hetgeen via mijn verloofde véél eenvoudiger is geworden. Tegelijk probeer ik ook mijn Sloveens niet te vergeten, en dus vertaal ik ook Sloveens, er is dit jaar een crowdfunding project voor een Sloveense roman van start gegaan. Ik had als student het plan om in Slovenië te gaan werken, en kwam eigenlijk maar toevallig via Benjamin Bossaert in Slowakije terecht. Het was een sprong in het onzekere, maar ik ben ongelofelijk blij dat ik die gewaagd heb.

De link naar het crowdfunding project:http://www.keybooks.nl/campaigns/die-nacht-zag-ik-haar-drago-jancar/

En kwestie van mijn Russisch te onderhouden, schrijf ik al eens een toneelstuk over een gebeurtenis uit de Russische geschiedenis, samen met de schrijfster Anna Coudenys: http://www.bol.com/nl/p/in-de-ketel/9200000030370425/ Via Benjamin Bossaert en Zuzana Pistova is het pas vertaald geraakt naar het Slowaaks en wordt het daar binnenkort ook opgevoerd.

Door mijn verblijf in Slowakije is de webstrip die ik maak met de Gentse tekenaar Dieter Walckiers, ook vertaald geraakt in verschillende Slavische talen: www.verkrijt.net

Kortom, door in het buitenland te gaan werken, zijn er allerlei dingen gebeurd die ik eerder gewoonweg niet voor mogelijk hield. Wie met kriebels zit om een buitenlands avontuur te beginnen: doen!