Grafrede van William ‘Gistje’ Schelck (1935-2016)

15328176_10154851740073901_571616541_n15139790_659396630886830_938260495_nVoor William Schelck, of ‘Gistje’ zoals de mensen je graag noemden.

Je bent geboren in turbulente tijden, 5 jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Die woelige tijden hebben onmiskenbaar een stempel op je gedrukt. Zo was lekker eten altijd een prioriteit voor je, omdat het tijdens de oorlog zo’n magere jaren waren geweest. Ook na de oorlog was er nog geen materiële overvloed zoals die er nu is. Een stuk brood in een glas Coca Cola doppen, dat was een echte maaltijd voor jouw generatie, eind de jaren 1940.

Je groeide op in een dorp dat nog de wonden toonden van de Duitse bombardementen. Dat moet zeker een grote indruk op je gemaakt hebben als kind. Misschien ben je daarom altijd heel nauwgezet de buitenlandse politiek blijven volgen.

Je moest al vroeg de schoolbanken verlaten, ook al was je een uitstekende leerling. De schoolmeester kwam je ouders bijna smeken om je te laten verder studeren, maar er was geen ontkomen aan. Al toen je veertien was, ging je aan de slag. Je was een harde werker. Je hebt kort bij de metsers gewerkt en je hebt gezwoegd aan een machine van leerlooierij Schotte. Je was nog niet helemaal opgegroeid, dus de machine was te groot voor je. Je moest op een kist staan om je werk te kunnen doen.

Uiteindelijk nam je dienst in het leger. En ik denk dat we het er allemaal over eens mogen zijn dat dat de mooiste tijd van je leven was. Je kon er uren over vertellen. Je deed het daar erg goed, want je had een uitstekend geheugen. Je kon makkelijk de lading van de vrachtwagens memoriseren, je werd een expert inzake explosieven en je leerde erg makkelijk vreemde talen. Je sprak een aardig mondje Frans, Engels en Duits. Al snel schopte je het tot sergeant. Je was gestationeerd in West-Duitsland, in Kassel. Je reed toen rond in alle mogelijke tanks, zoals Pattons en Chevys. Nochtans wilde je later nooit met de auto rijden. Dat moest toch makkelijker zijn dan met een tank rijden? Maar je had natuurlijk gelijk toen je zei: ‘Ja, maar, als je met een tank rijdt, dan gaat al het verkeer automatisch direct snel snel voor jou opzij!’.

Het soldatenleven beviel je erg goed. Je zag daar de allernieuwste films en het eten was zeer degelijk en je had natuurlijk je echtgenote bij je. Je kon het nog verder brengen dan sergeant, maar het loon was helaas zo laag in die tijd. En je kroost breidde zich stelselmatig uit. Als soldaat had je al twee dochters, maar er zouden er nog drie volgen. Om zoveel monden te voeden, moest je flink meer gaan verdienen.
Je tweede carrière maakte je bij Volkswagen. Daar erkenden ze al snel je leiderscapaciteiten en je moest het werk van meer dan 40 man coördineren. Hetgeen niet altijd makkelijk was. Ook stuurden ze je vaak op dienstreis naar Duitsland, om daar de constructie van de laatste nieuwe automodellen te leren kennen. Uiteindelijk werd je bediende bij Volkswagen, iets waar je terecht trots mocht op zijn, want je had immers niet de kans gekregen om hogere studies te doen. Je ging werken door weer en wind, ook als je 40 graden koorts had. Dat soort werkethiek heeft de jongere generatie waarschijnlijk niet meer, maar voor jou was dat een vanzelfsprekendheid.

Er moest gelukkig niet altijd gewerkt worden. Van zodra het kon, trok je met vrouw en kinderen naar de Belgische kust. Bredene was je favoriete badplaats. Daar keek je heel graag naar de boten, vanop het strand, met je verrekijker. Ook kon je enorm opgaan in goed gemaakte televisieseries. Vooral science-fiction kon je erg appreciëren. Je kon ook goed lachen met Gaston en Leo, dat waren je favoriete komieken. En als er niets op tv was, dan luisterde je heel graag naar klassieke muziek. Je kon ook een stevig stukje meezingen.

Koken deed je ook heel graag. Je bakte graag pannenkoeken voor de hele familie, of je maakte zelf rijstpap of Aalsterse vla. Je was een erg goede kok. We gaan je unieke spaghettisaus en je soepen hard missen.

Ook tijdens je pensioen bleef je erg actief. De boodschappen deed je met de fiets. De oorlogsjaren hadden je geleerd om spaarzaam te zijn, en je wist als geen andere de prijzen van alle producten in alle verschillende warenhuizen. Je kocht nooit buitensporige luxe voor jezelf. Tot op je laatste dag gaf je trouw je hele inkomen af aan je vrouw, Yvonne. Je was een bijzonder loyale echtgenoot, die erg bekommerd was om het geluk van zijn vrouw.

Je was ook altijd erg begaan met de toekomst van je kleinkinderen en je zag hen heel graag verder studeren.

Je hechtte ook belang aan het katholieke geloof. Je vond het erg belangrijk om regelmatig op bedevaart te gaan naar Lourdes en de kruisweg af te leggen. Als je lichaam het nog enigszins had toegestaan, was je zeker nog eens teruggegaan.

Toen je enkele jaren geleden dan erg ziek werd, ging er enorm veel verloren. Je werd volkomen afhankelijk van de zorgen van anderen. Dat was een hele zware pil om te slikken. Maar je was een bijzonder makkelijke en geduldige patiënt. De verplegers hadden nooit last met jou, ook al kwam er veel bij kijken om je thuis te kunnen houden, want dat had je familie natuurlijk het liefste. Je klaagde nooit, je was een hele taaie. Dat kon huisarts Yves bevestigen. We hebben je nog een aantal jaar zoveel mogelijk kunnen vertroetelen, in zoverre dat nog kon, want je lichaam had echt enkele mokerslagen gekregen.

Je laatste gedachten waren zoals steeds bij je echtgenote, bij je vijf dochters en bij je kleinkinderen. Je was een erg stabiele bron van kracht in het leven van ons allemaal, en een sterk voorbeeld. Je zei altijd: ‘Je moet werken om te kunnen leven, maar je moet niet leven om te werken’. Je leerde ons hard werken, maar ook ontspannen en genieten.

We zullen je altijd herinneren als een gedisciplineerde, maar zachtaardige man, die graag in de weer was, maar zich ook goed kon ontspannen, die erg gepassioneerd kon spreken over Belgische politiek, economie en geschiedenis, die graag lachtte, en die heel trots was als zijn nakomelingen succes hadden.

In je laatste maanden kwamen familieleden die al eerder waren overleden je wenken om de grote oversteek te maken. We hopen dat je nu bij hen mag zijn, en dat jullie bijvoorbeeld nu aan je geliefkoosde kust mag zitten, en dat je kan kaarten met je vrienden en ouder makkers van het leger, terwijl op de achtergrond je favoriete muziek speelt. Hou voor ons een plaatsje vrij.

Beste pa, beste pepe, bedankt dat je er altijd voor ons bent geweest.

Kort verslag van ons huwelijk in Slowakije

image1Het begon met huwelijkslessen bij een Slowaakse priester in Brussel.

Toevallig woont hij op wandelafstand van het metrostation waar die terroristische aanslag is gepleegd. Hij was op dat moment echter in Slowakije, en dus ver uit de buurt. Een katholieke priester uit de weg ruimen, hadden ze natuurlijk ‘extra punten’ gevonden…

Ok, eventjes focussen.

We hebben hem uiteindelijk een keer of vijf ontmoet voor huwelijkslessen. Drie afspraken waren formeel, de andere keren was het informeel.

De priester was jong, en openhartig. Ruimdenkend, maar niet al te erg. Hij zei dat hij tolerant was, tot op een bepaalde grens. Sommige zaken tolereerde hij niet. Ik neem aan dat ik meer tolereer dan hij of zelfs mijn diepgelovige echtgenote, maar goed. Ik hou van mensen die zichzelf goed kennen. Hij zei ook dat hij eigenlijk nooit priester had willen worden. Hij had liever een gezin gehad. Het ging om een echte roeping dus. God had andere plannen met hem.

We ontmoetten hem in een voorkamertje van een vrij groot huis in een rustige, tamelijk verzorgde buurt van Brussel. Niet ver van het plein met een standbeeld van Ambiorix, en niet ver van de gebouwen van de Europese Unie. Die buurt houdt men natuurlijk proper.

Nogal psychologisch

De informatie die we kregen was niet zozeer religieus van aard als wel psychologisch onderbouwd. De saus was natuurlijk op en top christelijk. Tot mijn verbazing noemde hij vaak bekende niet-academische psychologieboeken, zoals ‘the road less travelled’ van Scott Peck of ‘the seven habits of highly effective people’ van Steven Covey.

Wat heb ik onthouden van die lessen? Sja, dat verliefdheid geen basis is voor een huwelijk, want dat vervliegt toch altijd. Duh… Dat een relatievorming begint met feestelijk dansende hormonen, maar dat een koppel dan door de woestijn moet. Er ontstaat een gevecht waarin de twee partners die eerst dolverliefd zijn opgelost in een roze wolk, terug hun individualiteit uitschreeuwen. We zijn meer dan vijf jaar samen, dus we zijn al door de woestijn. Ik ga hier direct eens van mijn thee drinken, zie.

We hebben vier van die vijf jaren doorgebracht met 1200 kilometers tussen ons in, dus dat het niet louter om verliefdheid gaat, weten we ook al. We krijgen ook nog te horen dat seksualiteit tot creativiteit leidt. Hoezee! Misschien dat ik als schrijverke dan daarom zo’n verdacht hoog libido heb. Ik heb er anders geen verklaring voor, want ik vertoon verder geen tekenen van bovengemiddelde testosteronniveaus…

Hij doelt natuurlijk op monogame seksualiteit of zoals ik dat zie: een monnikenleven met een hongerdieet met één uitzondering in het celibataire bestaan. Hij heeft het ook nog over wat een christelijk huwelijk nu eigenlijk onderscheidt van andere huwelijken. Als ik het mij goed herinner is het grote verschil, dat het hoofddoel van zo’n christelijk huwelijk het dienen van Jezus Christus is, en niet zichzelf of elkaar. Het is natuurlijk wel de bedoeling om elkaar gelukkig te maken en te focussen op de ander, maar Jezus komt daar dan blijkbaar nog boven. Ik vond al dat wij in bed steeds door iets of iemand bespioneerd worden. Nee, totaal niet.

Uiteindelijk krijgen wij een oorkonde die aangeeft dat wij de lessen doorlopen hebben. De priester reageert ietwat beschaamd als hij ontdekt dat ik als therapeut werk. ‘En ik zit over al die psychologie te praten! Ik vond al dat jullie het meeste al kenden!’

En ik kreeg nog complimenten over mijn Slowaaks ook. Mijn anerkennungssuchtig ego had eigenlijk geen klagen over de ervaring. Het enige moment waarop ik mij enigszins moest inhouden was toen hij zei dat de Kerk heel veel had gedaan om de heidense literatuur te redden. Sure… Ik meen dat de katholieke kerk verantwoordelijk is voor de grootste boekenverbranderij en beeldenstorm in de geschiedenis. De priester in Erembodegem zei tenminste zelf dat de Kerk in het begin eigenlijk geopereerd heeft als ISIS vandaag. Maar die man stond op een aantal maanden van zijn pensioen en die durfde al eens iets gewaagds zeggen.

Soit, we hebben les gekregen, en ik vond het best interessant. Een paar miljard keer interessanter dan naar wielersport kijken bijvoorbeeld. En het was allemaal in ’t Slowaaks, dus dat was dan weer gratis taalles. Nee, ik begin aardig goed te worden in het positieve van dingen te zien.

Achteraf hebben we hem een fles Berghop gekocht, een bier dat alleen in Erembodegem te verkrijgen is en daar ook lokaal gebrouwen wordt. Tot onze verbazing pakte hij ons mee naar zijn eigen vertrekken, en daar hebben we dan samen dat bier uitgedronken. Nou ja, Zuzana en de priester hebben gedronken. Ik drink hoogst zelden alcohol, dus ik hield het bij kraantjeswater.

Ik vermoed dat de man eenzaam was, Slowakije miste -België beviel hem niet, omwille van de kilte van de menselijke relatie aldaar-, en Zuzana aantrekkelijk vond. Niets van dat neem ik hem kwalijk.

The wedding planners

Los van bureaucratische complicaties hebben we het daarna qua organisatie heel gemakkelijk gehad. Mijn Slowaakse ouders -ik hou niet zo van het woord ‘schoonouders’- hebben alles georganiseerd. Ze hebben wel onze mening gevraagd. Het was echter aftasten wat zij precies wilden en in hoeverre we hun daar in tegemoet wilden komen. De vader wilde bijvoorbeeld overduidelijk dat we er het gebruikelijke ritueel van Čepčenie bij lapten. Een woord dat ik eigenlijk niet direct kan vertalen. Ik houd zelf absoluut niet van die volksdansjes en de traditionele klederdracht zegt me ook niks. Vrouwelijke mode kan me vóór de uitvinding van de minirok eigenlijk gestolen worden. Als ik het goed begrepen heb, komen een aantal meisjes rond de bruid dansen en proberen enkele mannen haar af te snoepen. Ze moet dan een aantal keer nee zeggen en dan uiteindelijk blijft ze bij de echtgenoot. Volgens Zuzana is het voornamelijk een geweldige marketing truc waarbij dansgroepjes zich specialiseren in dit ritueel en goed hun boterham verdienen… Nee, bedankt.

Iets van traditionaliteit moest er echter zijn, want de vader begon nogal lijkbleek te worden. Ook omdat ons feest naar zijn uitbundige Slavische normen veel te klein was, met veel te weinig genodigden (een stuk of 40). Wat we dus wel laten doen hebben, is dat voor het feest aanving, de ober van dienst een bord kapot sloeg. De man moet dan vegen, en de vrouw moet de scherven opvangen in een stofblik. Het aantal scherven dat nog op de grond blijft liggen, staat gelijk aan het aantal kleinkinderen dat de ouders mogen verwachten.

Waar ik niet op had gerekend, is dat ze een slechte borstel geven, zo’n echt oude bezem. Waar ik nog minder had op gerekend is dat de vrienden op het stofblik komen schoppen als het eindelijk vol is. En dat doen ze herhaaldelijk. Tof! Ook de omstaande vrouwen schoppen de scherven in het rond.

Anyway, de balans: we krijgen vier kinderen. Mijn schoonvader hield de vier scherven op zak en toonde ze later nog vaak aan de gasten.

Vier kinderen dus, dat is exact genoeg om het bordspel Axis en Allies te spelen, en een speler te hebben voor de Soviet-Unie, de Duitsers, de Engelsen, de Amerikanen en de Japanners. Yes!

Ik meen ook dat je een serieus belastingsvoordeel hebt vanaf vier kinderen, maar dat moet ik eens navragen bij een goede vriend die op de belastingen werkt. Ja, ook een belastingscontroleur heeft vrienden. Er is hoop voor iedereen.

Om nog iets korts te zeggen over het logistieke deel van het feest: onze Slowaakse ouders hebben dus werkelijk alles geregeld. De eigenaar van het complex waar het feest doorging zei: ‘Ik heb nog nooit meegemaakt dat ik een heel huwelijksfeest via email regel.’ Normaal keurt de bruid elk hoekje en kantje van de feestzaal en het gastenverblijf. Wij zijn voor het feest niet eens ter plaatse geweest. Deels omdat we nu eenmaal honderden kilometers van de plaats van de feestelijkheden wonen, deels uit luiheid, en deels omdat de ouders nogal duidelijke gedachten hadden over hoe het feest moest verlopen en wij niet ambetant wilden doen door allerlei ‘gekke’ dingen te doen. Gezelschapsspellen spelen werd me namelijk al verboden, dus wat ik verder nog in gedachten had, was al helemaal uit den boze. En een veganistisch huwelijksfeest kan je anno 2016 in Slowakije niet maken als je een goeie verstandhouding wil bewaren met je gasten.

Wat is er Slowaaks aan?

Naast dus het kapotslaan van het bord, waren er nog wel wat Slavische elementen. Ten eerste bleef ongeveer de helft van de gasten na het feest slapen in het complex waar het feest plaatsvond. In België doen we dat niet, ik heb dat toch nog nooit gehoord.

Al de drank stond bij aanvang uitgestald op een tafel in de zaal. Voor een Belg is dat gruwel, want ook al het Belgische bier stond op die tafel. Slowaken blijken hun bier dus liever lauw te drinken, ik heb dat hier al vaak gemerkt. De gangen van het eten volgen elkaar veel sneller op dan bij ons. Ik heb zelden zo’n snelle bediening gezien, en er was maar één serveuse.

Er werd niet per se meer of minder gegeten dan op een Belgisch feest, maar er waren wel absurde hoeveelheden taartjes en koekjes. Na afloop van het feest krijgt iedereen een fles witte wijn mee en een grote doos vol gebak. Dat mag absoluut niet overslagen worden. Wie naar huis gaat zonder, krijgt de volgende dag nog thuis bezoek om de koeken en de fles alsnog in ontvangst te nemen.

De kerkdienst is nog steeds een zeer big deal in Slowakije. Op het feest werd nog zeer enthousiast nagepraat over de preek van de priester. Een fenomeen dat ik in België nog nooit heb waargenomen. De preek ging over ijsschaatsen. Met name over een winnend Olympisch duo waarmee we vergeleken werden. Zo geweldig origineel is dat niet, maar voor een priester en een preek is het natuurlijk speciaal, dus iedereen was laaiend enthousiast.

Ook deze priester was overigens duidelijk aangetrokken tot Zuzana, want hij moest me na afloop in het oor kunnen fluisteren wat voor een mooie echtgenote ik heb. En ook daarvoor had hij dingen gezegd die in die richting gingen.

Nog voor iedereen in de kerk plaatsneemt, vliegt men al vlot in de drank trouwens. Men duidt twee jongemannen aan die shotglazen en drankflessen krijgen en daarmee bij iedereen rondgaan. Mijn eigen moeder had bijvoorbeeld al twee shots binnen voor de plechtigheid begon. Twee jongedames gaan rond met de onvermijdelijke bergen aan taartjes. Ik heb er zelf geen enkel geproefd, want ze zijn veel te zoet. Als ik één ding beter vind in België zijn het onze bakkers.

O ja, we gingen naar de mis in een oude Lada. Deze was versierd met de Slavische kleuren, blijkbaar om mij een plezier te doen, omdat ze weten dat ik die kleurencombinatie graag zie. Het is de kleurencombinatie van mijn studententijd. Men heeft hier echt zijn best gedaan om het mij naar de zin te maken, moet ik zeggen. Er was eigenlijk niks dat me stoorde. Achteraf vond ik het zelfs zo’n geslaagd feest, dat ik het toch nog spijtig vond dat ik geen enkele van mijn niet-Slowaakse vrienden had uitgenodigd, op beste makker Benjamin na dan. Maar die is al behoorlijk Slowaaks.

Om helemaal precies te zijn hier: een boel van onze Belgische vrienden dachten dat zij uitgenodigd waren, maar waren bijna allemaal verhinderd. Dat komt omdat men in Slowakije een aankondiging stuurt (‘oznamenie’) die niet hetzelfde is als een uitnodiging. Zuzana was zo ijverig geweest om zo ongeveer de hele contactlijst van VZW Don Ki Chod een ‘oznamenie’ te sturen. Hetgeen velen als een uitnodiging zagen.

In Slowakije zet je trouwens op de aankondiging of de uitnodiging niet je bankrekeningnummer zoals dat in België de gewoonte is…

Zonnige, vlekkeloze dag, eerlijk waar 

Op weg naar de mis kwam zeer toevallig net ‘the kids aren’t alright’ van The Offspring op de radio. Onze neef reed en die draaide het volume open. Onze nicht, een roodharige rock chick die ik voor het eerst op hoge hielen en in een nauwsluitende, roze baljurk zag, paste wonderwel bij de scène.

Daarna stond de fotograaf ons op te wachten. Tot ieders verbazing zijn we elkaar meteen beginnen tutoyeren. Dat gebruik van ‘u’ en ‘je’ hier in Slowakije is toch nog altijd een zwaar beladen issue. Ik houd zelf helemaal niet van vousvoyeren. Ik ben altijd reuzeblij als iemand zegt dat we kunnen overschakelen op ‘tykanie’. En wie toch een heel gesprek in de u-vorm blijft voeren, verliest punten, moet ik zeggen.

Twee uur duurde die fotoshoot. Met mijn bijzonder lage vervelingsdrempel (ik noem het zo, want ik geloof niet in ADD of ADHD, dat bestaat alleen om pilletjes te verkopen) begon ik de appelboomgaard van de priesters te plunderen. Kleine, eetbare appeltjes. Op bevel van de priester zelf zijn we ook op de trampoline gekropen. Ja,er staat een trampoline in de tuin van de priesters, je moet ze iets gunnen om ook eens van de grond te gaan. Wat dat voor foto’s oplevert, weet ik nog niet. Er zijn nog geen foto’s klaar.

Ook zeer Slavisch of christelijk was het ritueel vóór we naar de kerk trokken. De ouders vergeven dan de kinderen en geven hun zegen. De vader hield zijn hand boven ons hoofd en sprak geijkte formules uit. Zowel mijn moeder als mijn Slowaakse moeder begonnen hier bij al te wenen. Wenen deden ze ook later nog, in nog redelijk beperkte mate, deels door dehydratatie.

Het feest ging door tot half vier ’s ochtends, en dan ging iedereen slapen in de hotelkamers boven de feestzaal. We ontdekten ’s ochtends aan het ontbijt dat de hotelkamers op één vlak vervloekt zijn: niemand had enige geslachtsgemeenschap in het gebouw, tenminste niet tijdens of in de nacht na het feest. Dat wees enige navraag uit, een onderzoekje dat mijn toekomstige schoonbroer, het lief van mijn schoonzus, uitvoerde tijdens het ontbijt. Iedereen was te uitgeteld van het feest. De dansvloer was namelijk intensief bezet. Ik ben een notoir dansweigeraar tenzij ter dienste van een komische sketch, maar in Slavisch gezelschap ontsnapt niemand aan de feestvreugde.

Ik moest ook nog geblinddoekt uit een rij vrouwen kiezen welke de mijne was, door enkel de linkerhand van de dames af te tasten. Ik was content, want ik kon na veel twijfelen toch de juiste uitkiezen.

Zuzana kreeg een nog ietsje plezantere opdracht. Zij moest geblinddoekt de juiste kont uitkiezen uit een rij jongemannen. Ze koos de verkeerde, de knapste van mijn kontcurrenten, dus eigenlijk kan ik daar mee leven.

Met name mijn tekenaar, Dieter Walckiers, had zeer genoten van dit feest. Alsook zeer vermoedelijk, Rudi, Marianne, Patrick, Wouter, een historicus zonder oogkleppen, enz enz enz, maar ik heb de gastenlijst uit vrees voor mijn eigen onfeestelijkheid bewust beperkt gehouden. Alweer een inschattingsfout, want volgens Zuzana leef ik juist helemaal op tijdens een feest. Dus dat ik niet van feesten houd, is weer zoiets dat ik mezelf wijsmaak.

En zo leer je toch altijd wel iets bij.

PS

De openingsdans was een combinatie van twee liedjes. Eerst ‘Stand by me’, gecoverd door The Searchers en daarna volgde ‘All Apologies’ van Nirvana. Hetgeen tijdens de voorbereiding tot nogal wat discussie leidde, omwille van de lijn ‘married, buried’ en zo, maar uiteindelijk kwam er dan toch groen licht, hetgeen me verbazend erg ontroerde, zeg.

PPS

Het werkje op de foto is een handgemaakt geschenk vanwege Majka, het lief van Benjamin, mijn getuige.

Interviewreeks :: Therapie :: Wat mag je verwachten?

De Beeldfabriek -een vereniging van sociaal geëngageerde documentairemakers- kwam me interviewen over therapie. Negen vragen, in negen video’s.

Gelezen :: Verborgen kopzorgen

kopzorgen achterflapDe volledige titel van het boek luidt: ‘Verborgen kopzorgen, bekende Vlamingen over de kracht van imperfectie’ 

Dit boek is erg toegankelijk geschreven, het leest aangenaam weg. De getuigenissen hebben een erg openhartige toon. Ze zijn allemaal goed, maar sommige zijn erg beklijvend, vooral het verhaal van een ex-drugsverslaafde en ook het verhaal van een BV die kampt met een bipolaire stoornis. Ze zijn echter allemaal de moeite waard. Er zitten ook wel enkele rake uitspraken in. Zoals wanneer Bart Kaëll zegt: ‘Misschien is het wat oneerbiedig uitgedrukt, maar eigenlijk vind ik een psycholoog een vuilnisbak van ideeën en gedachten.’

Het zijn positieve verhalen. De therapeuten en psychologen en psychiaters komen er goed uit. In het erg gelijkaardige boek van Dirk Tielemans geven de geïnterviewden namelijk ook voorbeelden van therapeuten die de skills missen om te helpen. De geïnterviewden in dit boek hadden betere ervaringen ‘op de sofa’. Ik ken de bekende figuren die hier aan het woord zijn niet, hoogstens van naam, maar ook zo pakken de verhalen mij. De info die na elke getuigenis volgt, is beknopt, to the point en net lang genoeg. Er staan ook steeds lijstjes met boeken bij voor wie zich verder wil verdiepen in een onderwerp.

Zeker iemand die nog niet zo vertrouwd is met bepaalde mentale klachten en bijhorend vakjargon kan hier veel aan hebben. Aan de getuigenissen kan iedereen iets hebben, ook ervaren therapeuten. Wie een mentale klacht heeft die in de lijn ligt van de voorbeelden, kan het gebruiken als eerste stap op de weg om er van verlost te raken of om er toch vlotter mee te leren omgaan.

Cliënten hebben meestal niet zo’n erg specifieke klacht of aandoening als de geïnterviewden in dit boek, maar voelen toch vooral een onvrede met hoe hun leven draait of niet draait, zonder dat daar per se een echte mentaal probleem aan ten gronde ligt. Voor die mensen is het boek minder geschikt.

Leslie Hodges heeft de woorden van de geïnterviewden heel aangenaam neergepend. Dat kan alleen doordat ze -dat voel je doorheen de tekst- te werk is gegaan met zeer veel respect voor de mensen. Deze psychologe heeft duidelijk heel wat in haar mars.

Het boek is bedoeld voor tieners en jongeren, om de drempel naar professionele hulpverlening te verlagen, en het treft zeker doel. Ouders die tieners in huis hebben doen er zeker geen kwaad mee als ze dit boek laten slingeren op de salontafel. 

Bestel het boek hier.

De site van psychologe Leslie Hodges vind je hier.

Een babbel met de Turkse poetsvrouw in ons gebouw: Kerime

Over de aanslagen in Brussel natuurlijk.


kar.JPGKerime is altijd welgemutst en praat graag met ons, maar vandaag heeft ze duidelijk echt nood aan een babbel. Ze vraagt hoeveel doden en gewonden er nu uiteindelijk zijn. En ze voegt er meteen aan toe dat dit echt niet het werk van de Koran is. Dat ISIS het geloof misbruikt om zulke dingen te doen. Ik zeg dat er onlangs nog een aanslag was in Istanbul en dat die helemaal niet zoveel media-aandacht krijgt. Ze vindt het goed dat er nu zoveel solidariteit is met België, maar ze hoopt dat Turkije nu ook meer solidariteit krijgt. ‘Bij ons gebeurt er elke maand wel zoiets’.

Vanochtend heeft ze via VTM vernomen dat een jonge student is omgekomen, gisteren bij de aanslagen in Brussel. ‘Het zal maar jouw kind zijn’, zegt ze triest. Ook zegt ze dat haar man elke dag in metrostation Maalbeek komt, maar dan wel ’s avonds. Hij is dus gelukkig ontkomen aan de aanslag. We hebben het een beetje over de Koerden en de PKK. Ze kijkt verbaasd als ik Öcalan vermeld (ik ben zo’n spontane verzamelbaak voor feitjes en weetjes waar je geen brood mee kunt kopen). Ik vraag om mij een paar woorden Turks te leren. Ik zeg een paar woorden Arabisch die ze begrijpt. Mijn handvol woorden Farsi kan ze vertalen, omdat Farsi en Koerdisch dicht bij elkaar liggen. Zelf is ze Koerd, zegt ze, maar ze is ook Turks. Ze heeft een gemengd huwelijk, haar echtgenoot is Turks, maar dat werkt heel goed. De Koerden die tegen Turkije vechten zijn geen echte Koerden, zegt ze.

‘Geen plaats in de hemel’

Ze is bang dat ze mij stoort, dus ze veegt gezwind verder, ze doet haar werk zichtbaar graag. Achteraf wil ik haar een potje paaseieren geven en een kaartje van Don Ki Chod, maar ik kan haar in dit grote gebouw niet meer vinden. Ik laat het potje paaseieren dan maar achter op de grote kar met schoonmaakproducten die geparkeerd staat in één van de gangen. Uiteindelijk komt ze aan mijn deur kloppen, en herhaalt ze nog enkele keren dat de Koran het doden van anderen ten strengste afkeurt. Haar enthousiasme om te spreken is enorm groot. ‘Sorry, mijn Nederlands is kapot’, zegt ze, maar haar boodschap komt klaar en duidelijk over: ze keurt de aanslagen af, en het doet haar zelfs pijn dat de daders namen als Ibrahim hebben, namen die in de geschiedenis gedragen werden door vooraanstaande moslims.

De mannen die de aanslagen hebben gepleegd zijn voor haar geen moslims. ‘Ze zullen nu ontdekken dat ze in de hemel geen plaats hebben’. En bovendien is ze er van overtuigd dat de terroristen grote sponsors hebben, die het geweld financieren, je hebt handenvol geld nodig om zoiets te kunnen doen. ‘Waarom precies, weet ik niet, maar ik denk echt dat rijke mensen en Amerika de schuldigen zijn’. Met de deurklink in de hand zegt ze: ‘Sorry, ik ben Waterman, wij denken altijd na in het groot, over de maatschappij. Jij bent Vissen, dan ben je stil, met veel mysterieuze gedachten. Ja, ik weet heel veel over astrologie. Ik moet rap verder doen nu of straks ontploft mijn baas nog!’ En dan gaat ze bijna rennend terug aan het werk.

 

What is don ki chod.vzw really about?

Zuzana begon circa 4 jaar geleden Nederlands te leren, een groot verschil met haar Slowaakse moedertaal. Op haar blog is daar echter weinig van te merken.

Mevrouw spreekt Nederlands

Het woordje dat de voorbije dagen kort kan samenvatten is: druk. William, Franswa, Benjamin en ikke zijn bezig met het starten van onze vzw, die we naar de held van de Spaanse literatuur genoemd hebben: don ki chod (= Don Quichotte). Don Quichotte vecht tegen de windmolens, waarvan hij denkt, dat het reuzen zijn. We denken dat de windmolens heel mooi zijn en je kan die ook bij ons kopen in vorm van kleine oorbellen, die Patricia Gielis, een getalenteerde juwelenmaakster, voor ons gemaakt heeft. Don ki chod vzw is een vereniging, die Vlaamse, Slowaakse en Sloveense cultuur wil verbinden, omdat we vinden dat er nog steeds te weinig culturele kruisbestuiving is binnen Europa. En culturele uitwisseling lijkt ons de beste en de plezantste manier om van Europa een hechte, warme samenleving te maken. Onze grootse passie zijn twee dingen: boeken en theater of film, die je toch met een…

View original post 132 woorden meer

Video :: Ge kotst van uw job

Job = Jammerlijk Onbevredigde Bedoeling. En dat kan Mieke bevestigen.